Richteren 7

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

De volgende hoofdstukken van Richteren zijn op Christipedia samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:

Richteren, hoofdstuk: 12345678910111213141516171821

Hoofdstuk Richteren 7 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1

Ri 7:1  Toen stond Jerubbaäl (welke is Gideon) vroeg op, en al het volk, dat met hem was; en zij legerden zich aan de fontein van Harod; dat hij het heirleger der Midianieten had tegen het noorden, achter de heuvel More, in het dal. (CP[1])

En zij legerden zich. 32.000 in getal (vs. 3).

De fontein van Harod. Hebr. En-Charod. Wordt alleen op deze Schriftplaats genoemd. Zie kaart.

De heuvel More. Een heuvel in de vallei van Jizreël, waar de Midianieten hun kamp hadden, toen Gideon hen aanviel. Zie kaart.
Ligging van Harod en More.

3

Ri 7:3  Nu dan, roep nu uit voor de oren des volks, zeggende: Wie blode en versaagd is, die kere weder, en spoede zich naar het gebergte van Gilead! Toen keerden uit het volk weder twee en twintig duizend, dat er tien duizend overbleven. (SV)

Blode. Of blo, dat is: vreesachtig, laf.

Een gezegde luidt: beter blo Jan, dan dô of dode Jan, d.w.z. beter te voorzichtig dan zich aan gevaar bloot te stellen.

7

Ri 7:7  En de HEERE zeide tot Gideon: Door deze driehonderd mannen, die gelekt hebben, zal Ik ulieden verlossen, en de Midianieten in uw hand geven; daarom laat al dat volk weggaan, een ieder naar zijn plaats. (SV)

Door deze driehonderd mannen. Dit gering getal staat in groot contrast met de ontelbare menigte van de vijand.

9

Ri 7:9  En het geschiedde in denzelven nacht, dat de HEERE tot hem zeide: Sta op, ga henen af in het leger, want Ik heb het in uw hand gegeven. (SV)

Ik heb het in uw hand gegeven. Voltooid tegenwoordige tijd. Alsof het al gebeurd is. Vergelijk: 'zal ik ulieden verlossen' (toekomende tijd). God staat boven de tijd en regelt de gelegenheid. Zie ook vs. 15.

12

Ri 7:12  En de Midianieten, en Amalekieten, en al de kinderen van het oosten, lagen in het dal, gelijk sprinkhanen in menigte, en hun kemelen waren ontelbaar, gelijk het zand, dat aan den oever der zee is, in menigte. (SV)

Gelijk sprinkhanen in menigte, en hun kemelen waren ontelbaar, gelijk het zand, dat aan den oever der zee is, in menigte. 135.000 mannen telde het leger (Richt. 8:10).

13

Ri 7:13 Toen nu Gideon aankwam, ziet, zo was er een man, die zijn metgezel een droom vertelde, en zeide: Zie, ik heb een droom gedroomd, en zie, een geroost gerstebrood wentelde zich in het leger der Midianieten, en het kwam tot aan de tent, en sloeg haar, dat zij viel, en keerde haar om, het onderste boven, dat de tent er lag. (SV)

Een geroost gerstebrood. Gideon werd door de engel benaderd toen hij bezig was tarwe te dorsen, Ri 6:11. Gerstebrood was het brood van de armsten. Gideons geslacht was het armste in Manasse (Richt. 6:15).

15

Ri 7:15  En het geschiedde, als Gideon de vertelling dezes drooms, en zijn uitlegging hoorde, zo aanbad hij; en hij keerde weder tot het leger van Israël, en zeide: Maakt u op, want de HEERE heeft het leger der Midianieten in ulieder hand gegeven. (SV)

De HEERE heeft het leger der Midianieten in ulieder hand gegeven. Voltooid tegenwoordige tijd, zo ook in vers 9. Gideon was nu ten volle verzekerd van de overwinning.

19

Ri 7:19  Alzo kwam Gideon, en honderd mannen, die met hem waren, in het uiterste des legers, in het begin van de middelste nachtwaak, als zij maar even de wachters gesteld hadden; en zij bliezen met de bazuinen, ook sloegen zij de kruiken, die in hun hand waren, in stukken. (SV)

In het begin van de middelste nachtwaak. De middelste van de drie nachtwaken, elk vier van uren, duurde van ongeveer 22.00 uur tot 2.00 uur. Zie Nachtwaak.

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.