Genesis/Hoofdstuk 32

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Genesis:


Hoofdstuk 32 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Jakobs vrees voor Ezau en zijn maatregelen om Ezau te verzoenen (1-23). Jakobs worsteling met God te Pniël (24-32).

Gen. 33:22

Ge 32:22  En hij stond op in dienzelfden nacht, en hij nam zijn twee vrouwen, en zijn twee dienstmaagden, en zijn elf kinderen, en hij toog over het veer van de Jabbok. (SV)

Elf kinderen. Elf zonen, Dina niet meegerekend. Die elf zonen, waarbij straks nog Benjamin komt, zijn de stamvaders geworden van het volk van de belofte.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Enige tekst van het commentaar op Gen. 33 is onder wijziging verwerkt.