Genesis/Hoofdstuk 44

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Genesis:


Hoofdstuk 44 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

In het kort: Benjamin van diefstal beschuldigd, door Juda verdedigd. — Op Jozefs bevel wordt wederom in de graanzakken van de broeders het geld, in die van Benjamin daarenboven Jozefs zilveren beker gelegd (1-2); door de bode, die de broeders op de huisreis achterhaalt, wordt deze gevonden; waarop zij allen terugkeren (3-13). Benjamin wordt door Jozef tot slavernij veroordeeld (14-17); maar Juda biedt zichzelf in zijn plaats aan om zijn vader dodelijk verdriet te besparen (18-34).

Gen. 44:18

Ge 44:18  Toen naderde Juda tot hem, en zei: Och, mijn heer! laat toch uw knecht een woord spreken voor mijns heren oren, en laat uw toorn tegen uw knecht niet ontsteken; want u bent even gelijk Farao! (CP[1])

U bent even gelijk Farao. Juda (de Joden) zal eens belijden dat Jezus gelijk is aan God de Vader.

Joh 1:1  In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. (Telos)

Gen. 44:20

Ge 44:20  Zo zeiden wij tot mijn heer: Wij hebben een ouden vader, en een jongeling des ouderdoms, den kleinsten, wiens broeder dood is, en hij is alleen van zijn moeder overgebleven, en zijn vader heeft hem lief. (SV)

Wiens broeder dood is. Het schijnt dat zij in hun eigen suggestie, gedaan door het bebloede kleed dat zij aan hun vader toonden, zijn gaan geloven.

Gen. 44:28

Ge 44:28  En de een is van mij uitgegaan, en ik heb gezegd: Voorwaar, hij is gewis verscheurd geworden! en ik heb hem niet gezien tot nu toe. (CP[1])

Hij is gewis verscheurd geworden. Dat had vader Jakob opgemaakt uit het bebloede kleed van Jozef. Tegen Jezus heeft men de mond opengesperd als een verscheurende leeuw.

Ps 22:13  (22-14) Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, [als] een verscheurende en brullende leeuw. (SV)

Gen. 44:33

Ge 44:33  Nu dan, laat toch uw knecht voor dezen jongeling slaaf van mijn heer blijven, en laat den jongeling met zijn broederen optrekken! (SV)

Hoe komt Juda op voor Benjamin. Juda biedt plaatsvervanging aan. Wat een tegenstelling met hun behandeling van Jozef vroeger. Toen dankten zij Jozef, thans willen zij Benjamin sparen, rekening houdend met het gemoed van hun vader.

Bron

Statenbijbel uitgegeven door het Nederlandsch Bijbelgenootschap, Amsterdam, 1923. Enige tekst van de samenvatting van Gen. 44 is overgenomen op 13 jan. 2020.

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Gen. 44 is onder wijziging verwerkt op 13 jan. 2020.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.