Genesis/Hoofdstuk 33

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Genesis:


Hoofdstuk 33 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Jakob ontmoet Ezau en vindt genade in diens ogen (1-15). Zij scheiden, en Jakob gaat wonen in Sukkoth, dan bij Sichem, waar hij een stuk land koopt en een altaar voor God bouwt (17-20).

Gen. 33:11

Ge 33:11  Neem toch mijn zegen, die u toegebracht is, dewijl het God mij genadiglijk verleend heeft, en dewijl ik alles heb; en hij hield bij hem aan, zodat hij het nam. (SV)

Ik alles heb. Ezau had gezegd: "ik heb veel" (vers 9).