Jesaja (boek)/Hoofdstuk 12

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 12 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting. Dit kleine hoofdstuk van zes verzen is een dankzegging, en een opwekking tot danken, psalmzingen en juichen, wegens Gods heerlijke heilsdaden aan Israël gedaan.

Jes. 12:1

Jes 12:1  En te dien dage zult u zeggen: Ik dank U, HEERE! dat U toornig op mij geweest bent, maar Uw toorn is afgekeerd, en U troost mij. (CP[1])

U toornig op mij geweest bent. Gods toorn is gebleken uit (1) het afbreken van het huis van Israël (vgl. 11:1. de afgehouwen tronk van Isaï') en (2) het verstrooien van het volk Israël over allerlei landen (11:11v).

En Gij troost mij. Iemand die toornig is geweest op een ander, zal, nadat zijn toorn is afgekeerd, niet gauw troosten - tenzij hij hem liefheeft. God is hier als een Vader die ongaarne toornig op zijn kind is geweest, maar wiens toorn voorbij is en die het nu genadig troost.

Jes. 12:2

Jes 12:2  Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want Jah, Jahweh is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden. (CP[1])

God is mijn heil. Hij is mijn welzijn, mijn heelheid. mijn geluk. Hij heeft mij hersteld en genezen en getroost.

Ik zal vertrouwen en niet vrezen. Ik zal op God vertrouwen en niet vrezen voor de onheilen die mij eerder zijn overkomen of hebben bedreigd, noch angstig zijn tegenover God.

Jah, Jahweh is mijn Sterkte. Jah is een verkorting van Jahweh. Hij is stelt mij in staat om weerstand te bieden aan tegenkrachten, om stand te houden. Zie Sterkte voor het hoofdartikel.

En Psalm. Hij inspireert, geeft reden tot het zingen van een lied en is het voorwerp van mijn lied.

Hij is mij tot heil geworden. In het bijzonder en bij uitnemendheid door de persoon van Jezus Christus, de Verlosser van Israël, die dan zal geopenbaard en door Israël aangenomen zijn.

Het vers komt deels overeen met dit vers uit het lied dat Mozes en de kinderen Israëls zongen na de uitredding doorheen de Schelfzee.

Ex 15:2  De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen! (SV)

Jes. 12:3

Jes 12:3  En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils; (SV)

Uit de nieuwe tempel, die Ezechiël beschrijft, zal een stroom, een fontein uitgaan en het dal van Sittim, dat noordelijk van de Dode Zee in de Jordaanvlakte ligt, bewateren.  

Joe 3:17 En gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE, uw God ben, wonende op Sion, den berg Mijner heiligheid; en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan. Joe 3:18  En het zal te dien dage geschieden dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk vlieten, en alle stromen van Juda [vol] van water gaan; en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren. (SV)

Dit water zal ook in de Dode Zee stromen en maken dat er volop leven in zal zijn (Ezech. 47:8-11).

Deze toekomstige waterstroom in het land Israël verzinnebeeldt de rivier van levenswater:

Opb 7:17  want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van levenswateren, en God zal elke traan van hun ogen afwissen. (Telos)

Opb 22:1  En hij toonde mij een rivier van levenswater, blinkend als kristal, die uitging vanuit de troon van God en van het Lam. (Telos)

Opb 22:17  En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; laat hij die wil, het levenswater nemen om niet. (Telos)

Joh 4:10  Jezus antwoordde en zei tot haar: Als u de gave van God kende en Wie Hij is die tot u zegt: Geef Mij te drinken, dan zou u aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven. (Telos)

Joh 7:38  Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (Telos)

Jes. 12:4

Jes 12:4  En zult te dien dage zeggen: Dankt Jahweh, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt dat Zijn Naam verhoogd is. (CP[1])

Zijn daden. De 'heerlijke dingen' die Hij gedaan heeft (vers 5), Die Hij heden en vroeger aan ons gedaan heeft. Hij heeft heil bewerkt als in de dagen van ouds, in het werk van Jezus aan het kruis en in de verlossing van Israël.

Bekend onder de volkeren. De Israëlieten zullen uitgaan en getuigen van Gods daden zijn onder de volken, 'op de hele aardbodem' (vers 5).

Vermeldt dat Zijn naam verhoogd is. Gods naam en de naam van Jezus, die daarmee is verbonden, zal verhoogd worden. God heeft Jezus' naam reeds verhoogd, om diens zelfvernedering en lijden voor ons heil.

Flp 2:9  Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, (Telos)

De volkerenwereld zal dat eens vernemen en erkennen.

Jes 52:14  Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;          Jes 52:15  Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan. (SV)

Jes. 12:5

Jes 12:5  Psalmzingt Jahweh, want Hij heeft heerlijke dingen gedaan; zulks zij bekend op de ganse aardbodem. (CP[1])

Op de ganse aardbodem. Onder alle volkeren (vgl. vers 4).

Jes. 12:6

Jes 12:6  Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion! want groot is de Heilige Israëls in het midden van u. (CP[1])

Inwoonster van Sion. Of 'inwoneres' (SV). De bevolking van Jeruzalem voorgesteld als een vrouw.

De wens van de Heer Jezus Christus, om de bevolking bijeen te hebben rondom Hem, zal dan vervuld worden.

Mt 23:37  Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens bijeenverzamelt onder haar vleugels, en u hebt niet gewild. (Telos)

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 Vertaling of hertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling