Jesaja (boek)/Hoofdstuk 42

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 42 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Het droevig heden en de blijde toekomst. — De knecht van Jahweh zal zonder ophef te maken aan de wereld het recht afkondigen (1-4); want Jahweh, de Schepper, heeft hem tot een verbond voor Israël en tot een licht der heidenen bestemd (5-7). God, naijverig op zijne eer, beroept zich tegenover de afgoden op de vervulling zijner voorzeggingen (8-9). Laat de gehele wereld hem prijzen (10-12). Jahweh zal uittrekken ten strijde, Zich niet langer stilhouden, verwoesting brengen en de blinden leiden en het kromme tot recht maken (13-163). Allen die op beelden vertrouwen zullen beschaamd terugdeinzen (17). Doch in welk een ellendige toestand verkeert thans Gods knecht Israël: een om zijne zonden gedrukt volk, dat de oorzaak van zijn ellende niet inziet (18-25).

Jes. 42:1

Jes 42:1  Ziet, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, [in Wie] Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht de heidenen voortbrengen. (CP[1])

Dit en het volgende vers worden aangehaald in Matth. 12:18-20.

Mijn Knecht. De Messias. Vgl.:

Jes 49:3  En Hij heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Knecht, Israël, door Welken Ik verheerlijkt zal worden. Jes 49:5  En nu zegt de HEERE, Die Mij Zich van [moeders] buik af tot een Knecht geformeerd heeft, dat Ik Jakob tot Hem wederbrengen zou; maar Israël zal zich niet verzamelen laten; nochtans zal Ik verheerlijkt worden in de ogen des HEEREN, en Mijn God zal Mijn Sterkte zijn. Jes 49:6  Verder zeide Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. (SV)

Jes 52:13  Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden. (SV)

Jes 53:11  Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, [en] verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. (SV)

Flp 2:7  maar Zichzelf ontledigd heeft, de gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend. (Telos)

Dien ik ondersteun. Vgl. "Ik zal [u] bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden," (SV)

Mijn uitverkorene.

Een welbehagen heeft.

Mt 3:17  en zie, een stem uit de hemelen zei: Deze is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen heb gevonden. (Telos)

Ik heb Mijn geest op Hem gegeven.

Mt 3:16  Nadat nu Jezus was gedoopt, steeg Hij terstond op uit het water; en zie, de hemelen werden Hem geopend, en Hij zag de Geest van God neerdalen als een duif en op Zich komen; (Telos)

Hij zal het recht de heidenen voortbrengen. Zie ook vers 3, en vers 4 ("de kustlanden zullen naar Zijn leer wachten"). De rechtvaardiging door het geloof, het recht van God op aarde bekendmaken en vestigen. Het rijk, dat Hij zal vestigen, is een rijk van recht en gerechtigheid.

Jes. 42:2

Jes 42:2  Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn [stem] verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten. (SV)

Hij zal geen welsprekende volksmenner zijn, Hij zal geen schreeuwerige verkiezingscampagne voeren. Hij zal kalm en waardig optreden.

Jes. 42:3

Jes 42:3  Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen. (SV)

Hij zal de mentaal geknakte mensen niet verder afbreken, wat geestelijk vrijwel uitgeblust is, zal hij niet helemaal uitdoven. Vergelijk vers 4.

Met waarheid zal Hij het recht voortbrengen. Zie ook vers 1.

Jes. 42:4

Jes 42:4  Hij zal niet uitdoven, en Hij zal niet geknakt worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de kustlanden zullen naar Zijn leer wachten. (CP[1])

Hij zal niet uitdoven. Niet kwijnen, niet verflauwen. Vergelijk vers 3.

En Hij zal niet geknakt worden. Vergelijk vers 3.

De kustlanden zullen naar Zijn leer wachten. Zie vers 1.

Jes. 54:6

Jes 42:6  Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal [u] bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. (SV)

Ik zal [u] bij uw hand grijpen. Om te leiden, te ondersteunen (vers 1).

Ik zal u behoeden.

Jes 49:8  Alzo zegt de HEERE: In den tijd des welbehagens heb Ik U verhoord, en ten dage des heils heb Ik U geholpen; en Ik zal U bewaren, en Ik zal U geven tot een verbond des volks, om het aardrijk op te richten, om de verwoeste erfenissen te doen beërven;

In Nazareth werd hij behoed, toen zijn dorpsgenoten hem van de steilte wilden werpen.

Lu 4:30  Hij echter ging midden tussen hen door en vertrok. (Telos)

God heeft Hem echter niet behoed voor het kruis, omdat God ons wilde redden door Jezus' bloedig zoenoffer. Wel heeft God belet dat zijn benen werden gebroken.

Ik zal u geven tot een Verbond des volks.

Jes 49:8  Alzo zegt de HEERE: In den tijd des welbehagens heb Ik U verhoord, en ten dage des heils heb Ik U geholpen; en Ik zal U bewaren, en Ik zal U geven tot een verbond des volks, om het land op te richten, om de verwoeste erfenissen te doen beërven; (CP[1])

Tot een Licht der heidenen. Vgl. vers 1 ('heidenen'), 10 (zeevaarders, 'kustlanden').

Jes 49:6  Verder zeide Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. (SV)

Jes. 42:7

Jes 42:7  Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, [en] uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten. SV)

De Heiland Jezus Christus is geroepen om Gods heil te zijn.

Jes 49:6  Verder zeide Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. (SV)

Jes. 42:8

Jes 42:8  Ik ben Jhwh, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik niet aan een ander geven, noch Mijn lof aan de gesneden beelden. (CP[1])

Jhwh. Gods naam is niet HEERE, maar, naar het Hebreeuws, Jhwh, wellicht Jahweh.

Niet aan een andere. Niet aan een andere god.

Gesneden beelden. Mensen maken beelden en vereren ze alsof ze goden zijn. Helaas zal de mensheid in de toekomst en masse een beeld aanbidden, het beeld van het Beest.

Jes. 42:9

Jes 42:9  Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen. (SV)

De voorgaande dingen. Of "de eerste dingen". Wat God tevoren voorzegde, is op de juiste tijd nauwkeurig vervuld.

Nieuwe dingen. Die nog in de toekomst liggen.

Jes. 42:10

Jes 42:10  Zingt den HEERE een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij kustlanden en hun inwoners. (CP[1])

De heidenen (vgl. vers 1, 6) worden opgewekt om God lof te zingen.

Jes. 42:13

Jes 42:13  De HEERE zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen. (SV)

Uittrekken als een held. Vergelijk:

Opb 19:11  En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. Opb 19:12  En zijn ogen zijn als een vuurvlam en op zijn hoofd zijn vele diademen en Hij heeft een geschreven naam, die niemand kent dan Hijzelf.  Opb 19:13  En Hij is bekleed met een in bloed gedoopt kleed, en zijn naam wordt genoemd: het Woord van God. Opb 19:14  En de legers die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit, rein, fijn linnen.  Opb 19:15  En uit zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige.  Opb 19:16  En Hij heeft op zijn kleed en op zijn heup een geschreven naam: Koning van de koningen en Heer van de heren. (Telos)

Groot getier maken. Tijdens zijn omwandeling op aarde deed de Heer dat niet niet:

Mt 12:14  De farizeeen nu gingen naar buiten en beraadslaagden tegen Hem dat zij Hem zouden ombrengen.  Mt 12:15  Daar Jezus dit echter wist, vertrok Hij vandaar; en vele menigten volgden Hem en Hij genas hen allen. Mt 12:16  En Hij waarschuwde hen dringend dat zij Hem niet openbaar zouden maken; Mt 12:17  opdat vervuld werd wat gesproken is door de profeet Jesaja, die zei: Mt 12:18  ‘Zie, mijn knecht die Ik heb verkoren, mijn geliefde in Wie mijn ziel welbehagen gevonden heeft! Ik zal mijn Geest op Hem leggen, en oordeel zal Hij de volken verkondigen.  Mt 12:19  Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal zijn stem op de straten horen;  Mt 12:20  een geknakt riet zal Hij niet verbreken en een walmende vlaspit zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning;  Mt 12:21  en op zijn naam zullen volken hopen’. (Telos)

Jes. 42:17

Jes 42:17  [Maar] die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden; die zullen achterwaarts keren, [en] met schaamte beschaamd worden. (SV)

Die zullen achterwaarts keren. Vergelijk wat er gebeurde toen men Jezus kwam arresteren en Hij hen antwoordde:

Joh 18:6  Toen Hij dan tot hen zei: Ik ben het, deinsden zij terug en vielen op de grond. (Telos)

Jes. 42:19

Jes 42:19  Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, [dien] Ik zende? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN? (SV)

Het verwijt door God zo even gedaan, geldt ook Zijn knecht Israël, Zijn uitverkoren volk, dat een profetische roeping heeft voor alle overige volken der aarde en God bij Zijn zegenrijke bedoelingen voor de wereld tot een middelaar dienen moet. De Heere God treedt in de volgende verzen bestraffend en vermanend op.

In Jes. 41:8 vv. werd de knecht van Jhwh geliefkoosd en getroost, terwijl daar met afzien van de menigte, die van haar roeping was vervallen, dat ware Israël in aanmerking kwam, dat troost behoefde. In Jes. 42:1 vv. werd de Messias op de voorgrond gesteld, die als het centrum van deze inwendige kring van Israël en als hoofd van het lichaam van Israël is. In Jes. 42:19 daalt men weer van dat toppunt tot op de benedenste basis terug en de knecht van Jhwh, hier het volk Israël, wordt berispt en bestraft wegens de sterke tegenstelling, waarin zich zijn gedrag tot zijn roeping, zijn werkelijkheid tot zijn idee bevindt.

Blind. Blind in de geestelijke zin van het woord

Mijn knecht. Dat is Jakob oftewel het volk Israël

Jes 41:8  Maar gij, Israël, Mijn knecht! gij Jakob, dien Ik verkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber! (SV)

Zo duidelijk mogelijk blijkt het wel dat hier onder "Mijn knecht" niet de Messias is te verstaan, maar Israël zelf, in zijn verdwaasde en voor Gods Woord dove toestand. "Bode van God" ziet op de roeping van Israël onder de volken. Vandaar dat de Heere God in de volgende verzen bestraffend en vermanend optreedt.

De volmaakte. "De volmaakte" hebben ook de vertalingen NBG51 en HSV. Hier wordt het werkwoord 'shalam' gebruikt. Dit kan hier betekenen[2]: "een in een vredesverdrag levend" of "voltooid worden" of "terugbetaald worden, vergolden worden". Volgens een uitlegger[3] is de betekenis "de aan God overgegevene". Andere vertalingen hebben: : de godgewijde" (WV78), "de aan God gewijde" (WV95)"hij die tot vrede is gebracht" (NaB), "dit gestrafte volk" (NBV2004), "mijn vertrouwde" (Leidse Vertaling, Canisius-vertaling),

Jes. 42:25

Jes 42:25  Daarom heeft Hij over hen uitgestort de grimmigheid Zijns toorns en de macht des oorlogs; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, doch zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, doch zij nemen het niet ter harte. (SV)

Hij heeft ze rondom in vlam gezet. In tegenstelling tot dit onheil, zie 43:2, enkele verzen verder.

Jes 43:2  Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. (SV)

Bronnen

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Enige tekst van het commentaar op Jes. 42 is onder wijziging verwerkt op 11 dec. 2020.

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Jes. 42 is onder wijziging verwerkt op 18 dec. 2020.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  2. Hebreeuws-Nederlands Lexicon; op basis van Strong-coderingen. Onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia. Het is gebaseerd op het Engelstalige Online Bible Hebrew-Englisch Lexicon van Larry Pierce.
  3. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Jes. 42:19