Jesaja (boek)/Hoofdstuk 64

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 64 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Het gebed, op het einde van hoofdstuk 63 begonnen, gaat verder. God wordt gevraagd met geduchte macht uit de hemel te komen en Zijn naam aan zijn tegenstanders bekend te maken. God doet geduchte en ongekende dingen en komt hen tegemoet die op Hem wachten. (1-5). Wij zijn onrein en smelten door onze ongerechtigheden (6-7). Maar God is onze Vader, die ons vormt. Hij aanschouwe zijn volk. Zijn heilige steden en Jeruzalem en de tempel zijn verwoest. Zou de HEERE daarover stilzwijgen? (8-12).

1

Jes 64:1  Och, dat U de hemelen scheurde, dat U neerkwam, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten; (CP[1])

In 63:15 vroeg de profeet aan God om naar Israël om te zien.

Jes 63:15   Zie van den hemel af, en aanschouw van Uw heilige en Uw heerlijke woning; waar zijn Uw ijver en Uw mogendheden, het gerommel Uws ingewands en Uwer barmhartigheden? Zij houden zich tegen mij in. (SV)

Och, dat U de hemelen scheurde, dat U neerkwam. Dat zal gebeuren of is vroeger gebeurd (vs. 3). Eens zullen de hemelen geopend worden om Christus te laten neerkomen ter verlossing van zijn volk Israël.

Opb 19:11  En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij die daarop zit, heet Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.  Opb 19:14  En de legers die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, bekleed met wit, rein, fijn linnen. Opb 19:15  En uit zijn mond komt een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de naties slaat. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmigheid van de toorn van God de Almachtige. (Telos)

2

Jes 64:2  Gelijk een smeltvuur brandt, [en] het vuur de wateren doet opbobbelen, om Uw Naam aan Uw wederpartijders bekend te maken! Laat [alzo] de heidenen voor Uw aangezicht beven. (SV)

Smeltvuur. Zie ook vers 7: "U doet ons smelten, door middel van onze ongerechtigheden.

3

Jes 64:3  Toen U vreselijke dingen deed, [die] wij niet verwachtten; U kwam neer, van Uw aangezicht beefden de bergen. (CP[1])

Vreselijke dingen. Ontzag- en vreeswekkende dingen.

5

Jes 64:5  U ontmoet de vrolijke, en die gerechtigheid doet degenen, die U gedenken op Uw wegen; zie, U was verbolgen, omdat wij gezondigd hebben; daarin is de eeuwigheid, opdat wij behouden werden. (CP[1])

Daarin is de eeuwigheid, opdat wij behouden werden. Deze zinssnede is onduidelijk, vertalingen verschillen. "Daarin" schijnt te slaan op de wegen van God, wandelen daarin brengt ons verlossing.

Jes 64:5  U ontmoet wie zich [in U] verblijdt, wie gerechtigheid doet, wie op Uw wegen aan U blijven denken. Zie, Ú was zeer toornig, want wij hadden gezondigd. [Maar] in deze [wegen] is de eeuwigheid en zouden wij verlost zijn geweest. (HSV)

Jes 64:5  Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op uw wegen aan U denken. Zie, Gij zijt toornig geweest, omdat wij zondigden; in die toestand verkeerden wij lange tijd, en zouden wij dan verlost worden? (NBG51)

U was verbolgen. Zie vs. 9

Omdat wij gezondigd hebben. Zie het volgende vers: "onze misdaden".

Jes 64:5  (64:4) Gij hebt willen ontmoeten de blij-verrukte en de dader van gerechtigheid, die op uw wegen bedacht zijn,-  op u; zie, nu zijt ge vertoornd, wij hebben gezondigd; daarin een eeuwigheid lang, zullen wij worden bevrijd? (NaB)

7

Jes 64:7  En er is niemand, die Uw Naam aanroept, die zich opwekt, dat hij U aangrijpt; want U verbergt Uw aangezicht voor ons, en U doet ons smelten, door middel van onze ongerechtigheden. (SV)

U doet ons smelten, door middel van onze ongerechtigheden. God is als een "smeltvuur" (vs. 2) voor Zijn tegenstanders.

8

Jes 64:8  Doch nu, HEERE! U bent onze Vader; wij zijn leem, en U bent onze pottenbakker, en wij allen zijn Uwer handen werk. (CP[1])

U bent onze Vader. Zie ook 63:16.

9

Jes 64:9  HEERE! wees niet zo zeer verbolgen, en gedenk niet eeuwiglijk der ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk. (SV)

Verbolgen. Zie vers 5.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.