Jesaja (boek)/Hoofdstuk 47

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 47 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

In het kort: God zegt het hoogmoedige Babel haar verwoesting aan. — Na de afgoden van Babel (Jes. 46) komt nu Babel zelf aan de beurt. De diepste vernedering wordt haar aangezegd. Zij, de trotse meesteres, wordt vernederd tot een dienende maagd, ontbloot en geschandvlekt om haar onbarmhartigheid jegens Israël en haar hoogmoed! Al haar sterrenwichelarijen en tovenarijen zullen niets uitrichten tegen hetgeen over haar besloten is. De sterrenwichelaars en bezweerders zullen als stoppelen verbranden.

Jes. 47:1

Jes 47:1  Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon [meer], gij dochter der Chaldeën! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige. (SV)

Zit in het stof ... zit op de aarde. Zie ook vers 5.

Jes. 47:5

Jes 47:5  Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeën! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken. (SV)

Zit stilzwijgende. Zie ook vers 1.

Jes. 47:9

Jes 47:9  Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid van uw toverijen, vanwege de menigte van uw bezweringen. (CP[1])

De veelheid van uw toverijen... de menigte van uw bezweringen. Zie ook vers 12.

Jes. 47:12

Jes 47:12  Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid van uw toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u [kondet] sterken. (CP[1])

Uw bezweringen ... de veelheid van uw toverijen. Zie vers 9.

Van uw jeugd af. Zie ook vers 15.

Jes. 47:15

Jes 47:15  Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen. (SV)

Van uw jeugd aan. Zie ook vers 12.

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Jes. 47. Enige tekst van de samenvatting van het hoofdstuk is onder wijziging verwerkt op 3 feb. 2021.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.