Jesaja (boek)/Hoofdstuk 57

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 57 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Jes. 57:1

Jes 57:1  De rechtvaardige verdwijnt, en er is niemand, die het ter harte neemt; en de goedertierenen worden weggeraapt, zonder dat er iemand op let, dat de rechtvaardige weggeraapt wordt voor het aangezicht van het kwaad. (CP[1])

Verdwijnt. Of: gaat weg; anders: komt om, gaat verloren. "Verdwijnt" of "gaat weg" lijkt een passende vertaling, gezien het "wegrapen" voor het kwaad.

Kwaad. Of: "onheil".

Het vers doet denken aan de opneming van de gemeente van Christus. Maar kan ook slaan om de verdelging van de rechtvaardigen door kwade machten. Het volgende vers, dat van ontslapenen lijk te spreken, pleit voor de laatste gedachte.

Jes. 57:2

Jes 57:2  Hij zal ingaan [in] den vrede; zij zullen rusten op hun slaapsteden, een iegelijk, die [in] zijn oprechtheid gewandeld heeft. (SV)

Voor de omgekomen rechtvaardige (vs. 1), voor deze ontslapene is een plaats van rust in het hiernamaals.

Jes. 57:3

Jes 57:3  Doch nadert gijlieden hier toe, gij kinderen der guichelares! gij overspelig zaad, en gij, die hoererij bedrijft! (SV)

Dit vers spreekt van occultisme en afgoderij. Beide verschijnselen komen voor in de apocalyptische eindtijd.

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.