Jesaja (boek)/Hoofdstuk 6

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 6 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Jes. 6:1

Jes 6:1  In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel. (SV)

In het jaar, toen koning Uzzia stierf. Dat haar is onzeker, misschien 737 v.C..

950 — 850 v.C. < Israël 800 — 700 v.C.[1] > 750 — 650 v.C.
SanheribHizkiaSargon IISalmaneserHosea (koning)AchazPekahPekahiaJesaja (profeet)https://nl.wikipedia.org/wiki/PiyePulMichaJothamMenahemSallumZachariaRezinHoseaAmosJerobeam IIUzziaAmaziaBenhadadJoas (koning van Israël)JonaJoas (koning van Juda)JoahazJoël

Zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon. Meer mensen hebben de onzichtbare God gezien, dat is Zijn Beeld en Gelijkenis, dat is de Zoon, onze Heer Jezus. Zie God#God gezien. Ook Johannes, opgetrokken zijnde in de hemel, zag Hem zitten op een troon:

Opb 4:1  Hierna zag ik, en zie, een deur was geopend in de hemel, en de eerste stem die ik gehoord had als van een bazuin, die met mij sprak, zei: Kom hier op en Ik zal u tonen wat hierna moet gebeuren.  Opb 4:2  Terstond kwam ik in de Geest; en zie een troon stond in de hemel en er zat Iemand op de troon; (Telos)

Tempel. In vers 4 genoemd 'huis'. Het gaat blijkbaar om de tempel in de hemel.

Jes. 6:2

Jes 6:2  De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. (SV)

Uit het vervolg (vs. 3-4) schijnt het om twee serafs te gaan.

Jes. 6:4

Jes 6:4  Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook. (SV)

Het huis. De tempel in de hemel (vers 1).

Vervuld met rook. Rook is op sommige plaatsen elders in de Bijbel en wellicht ook hier een symbool en begeleidend verschijnsel van Gods tegenwoordigheid.

Jes. 6:5

Jes 6:5  Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien. (SV)

Wee mij. Na het zesvoudig wee in hoofdstuk 5 over de goddelozen en onrechtvaardigen, treft het wee uit zijn mond nu de profeet zelf.

Jes. 6:11

Jes 6:11  Toen zeide ik: Hoe lang, Heere? En Hij zeide: Totdat de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner zij, en de huizen, dat er geen mens zij, en dat het land met verwoesting verstrooid worde. Jes 6:13  Doch nog een tiende deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren, en zijn om af te weiden; maar gelijk de eik, en gelijk de haageik, in dewelke na de afwerping der bladeren nog steunsel is, alzo zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn. (SV)

Totdat de steden verwoest worden enz. Totdat Israël ondergaat door de val van Samaria in 722 v.C. en de val van Jeruzalem in 586 v.C.

Jes. 6:12

Jes 6:13  Doch nog een tiende deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren, en zijn om af te weiden; [maar] gelijk de eik, en gelijk de haageik, in dewelke na de afwerping [der bladeren] nog steunsel is, [alzo] zal het heilige zaad het steunsel daarvan zijn.

In de Herziene Statenvertaling:

Jes 6:13 Al zal daarin nog een tiende deel over zijn, het zal weer verwoest worden. Maar zoals van de eik en de haageik na het omhakken een stronk overblijft, zal hun stronk een heilig zaad zijn. (HSV)

Het eerste strafgericht laat een tiende deel van de bewoners over. Maar over hen komt een tweede gericht (door de Romeinen vervuld). Het tweede gericht laat een tronk over, die weer kan uitbotten. Het heilige zaad doet denken aan de Heer Jezus en zijn volgelingen. Uit het steunsel, de tronk, zal een nieuw Israël zal verrijzen.

Voetnoot

  1. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).