Jesaja (boek)/Hoofdstuk 38

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 38 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Hizkia's ziekte en genezing.

Jes. 38:7

Jes 38:7  En dit zal u een teken zijn van den HEERE, dat de HEERE het woord, dat Hij gesproken heeft, doen zal: (SV)

Teken. Om een teken had Hizkia gevraagd:

Jes 38:22  En Hizkia had gezegd: Welk zal het teken zijn, dat ik ten huize des HEEREN zal opgaan? (SV)

Jes. 38:12

Jes 38:12  Mijn levenstijd is weggetogen, en van mij weggevoerd gelijk eens herders hut; ik heb mijn leven afgesneden, gelijk een wever [zijn] [web]; Hij zal mij afsnijden, [als] van den drom; van den dag tot den nacht zult Gij mij ten einde gebracht hebben. (SV)

Drom. Herziene Statenvertaling: "weefgetouw". Naardense vertaling: "getouw".

Jes. 38:22

Jes 38:22  En Hizkia had gezegd: Welk zal het teken zijn, dat ik ten huize des HEEREN zal opgaan? (SV)

Dat ik ten huize des HEEREN zal opgaan? Dat ik weer gezond zal worden en naar de tempel, Gods huis, zal (kunnen) gaan?