Jesaja (boek)/Hoofdstuk 66

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 66 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

2

Jes 66:2  Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft. (SV)

Die voor Mijn woord beeft. Zie vs. 5.

4

Jes 66:4  Ik zal ook verkiezen [het] [loon] hunner handelingen, en hun vreze zal Ik over hen doen komen, omdat Ik geroepen heb, en niemand antwoordde, Ik gesproken heb en zij niet hoorden, maar deden dat kwaad is in Mijn ogen, en verkoren hetgeen waartoe Ik geen lust had. (SV)

Ik zal ook verkiezen [het] [loon] hunner handelingen. Zie vs. 6.

5

Jes 66:5  Hoort des HEEREN woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden. (SV)

Die voor Zijn woord beeft. Zie vs. 2

Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil.

Lu 6:22  Gelukkig bent u wanneer de mensen u haten en wanneer zij u uitstoten en smaden en uw naam als slecht verwerpen ter wille van de Zoon des mensen. (Telos)

Joh 16:2  Zij zullen u uit de synagoge bannen; ja, het uur komt, dat ieder die u doodt, zal menen God een dienst te bewijzen. (Telos)

6

Jes 66:6  Er zal een stem van een groot rumoer uit de stad zijn, een stem uit den tempel, de stem des HEEREN, Die Zijn vijanden de verdiensten vergeldt. (SV)

Die Zijn vijanden de verdiensten vergeldt. Zie vs. 4a.

7

Jes 66:7  Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost. (SV)

Zij. D.i. Sion (vs. 8).

Een knechtje. In vs. 8 daarentegen 'zonen' (meervoud).

8

Jes 66:8  Wie heeft [ooit] zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeën gekregen, en zij heeft haar zonen gebaard. (SV)

Maar Sion heeft weeën gekregen. In vers 7, bij die geboorte, waren kennelijk geen weeën. Misschien gebeurden die weeën bij het kruislijden van Christus (tevoren geboren als 'een knechtje', vs. 7), en vond de geboorte van 'haar zonen' plaats op de Pinksterdag.

Lu 2:34  En Simeon zegende hen en zei tot zijn moeder Maria: Zie, Deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israel en tot een teken dat weersproken wordt  Lu 2:35  (en ook door uw eigen ziel zal een zwaard gaan), opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden. (Telos)

Lu 23:28  Jezus echter wendde Zich tot hen en zei: Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij; weent evenwel over uzelf en over uw kinderen. (Telos)

Lu 23:48  En al de menigten die waren samengekomen voor dit schouwspel, keerden terug toen zij hadden aanschouwd wat er was gebeurd, en sloegen zich op de borst. (Telos)

Hnd 2:37 Toen zij nu dit hoorden, werden zij in het hart getroffen en zij zeiden tot Petrus en de overige apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? (Telos)

In Openbaring van Johannes vinden wij een vrouw die barensnood heeft. Zij baart een mannelijk kind, Christus. die weggevoerd werd naar Gods troon om te heersen.

Opb 12:1 En er werd een groot teken gezien in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon en de maan onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. Opb 12:2  En zij was zwanger en schreeuwde in haar weeen en in haar pijn om te baren. (...) Opb 12:5  En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle naties zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt naar God en naar zijn troon. (Telos)

Zij baart niet de lijdende Messias, maar de regerende Messias. De Heer Jezus hoeft niet opnieuw te lijden.