Jesaja (boek)/Hoofdstuk 44

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 44 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

God zal zijn knecht Israël weldoen, o.a. met de uitstorting van Zijn Geest (1-5). Jahweh bewijst dat Hij een waarachtig God is (6-8). De makers van afgoden zijn ijdelheid, zij hebben geen inzicht, hun voortbrengselen doen geen nut (7-20). Derhalve vermaant God zijn knecht Israël, die Hij heeft verlost, tot Hem weer te keren (21-22). De andere schepselen worden vermaand God lof te zingen om Israëls verlossing (23). God spreekt verder van zijn macht en daden: hij verdwaast wijzen en waarzeggers, maar bevestigt zijn beloften van Israëls herstel. Kores zal opdracht geven tot de herbouw van Jeruzalem en de fundering van de tempel. (24-28).

Jes. 44:1

Jes 44:1  Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb! (SV)

Mijn knecht Jakob. Zie ook vers 2.

Jes. 44:2

Jes 44:2  Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van de buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en u, Jeschurun, die Ik uitverkoren heb! (CP[1])

o Jakob, Mijn knecht. Zie ook vers 1.

Jeschurun, die Ik uitverkoren heb. Zie ook vers 1. Jeschurun, d.i.

Jes. 44:3

Jes 44:3  Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. (SV)

Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge. Vergelijk:

Jes 43:19  Ziet, Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten, zult gijlieden dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen, [en] rivieren in de wildernis.  Jes 43:20  Het gedierte des velds zal Mij eren, de draken en de jonge struisen; want Ik zal in de woestijn wateren geven, [en] rivieren in de wildernis, om Mijn volk, Mijn uitverkorenen drinken te geven. (SV)

Mijn Geest op uw zaad gieten. De voorvervulling vond plaats bij de uitstorting van de Heilige Geest op de pinksterdag in Jeruzalem. De eindvervulling bij de wederkomst van de Heer Jezus en de bekering van Israël.

Jes. 44:4

Jes 44:4  En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken. (SV)

De Israëlieten zullen geestelijk groeien en bloeien.

Zij zullen uitspruiten tussen in het gras. Vgl.:

Jes 43:19  Ziet, Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten, zult gijlieden dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen, [en] rivieren in de wildernis. (SV)

Jes. 44:28

Jes 44:28  Die van Kores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en [tot] de tempel: Word gegrond. (CP[1])

Die van Kores zegt. In het volgende hoofdstuk wordt meer van Kores gezegd. Ofschoon er nog anderhalve eeuw vóór de tijd van Kores verlopen moest, wordt die vorst hier als tegenwoordig gesteld. Vergelijk ook vers 22-23 met betrekking tot de uitdelging van zonden en de verlossing van Jakob.

Hij is Mijn herder. Die Gods volk uit de verstrooiing vergaderen en op de oude weideplaatsen van Zijn land leiden zal. En/of: de door God gestelde beheerser der volken (Jes. 41:2 vv. , 25).

Hij zal al Mijn welgevallen volbrengen. Gods welgevallen ten opzichte van de herstelling van Zijn volk (vers 26), om te beginnen de herbouw van Jeruzalem en de tempel.

Maar tegelijk is Kores toch maar een afschaduwend beeld van de waren Knecht Gods, die in hogere zin Jeruzalem bouwt en de tempel van God grondvest. Cores wordt door de Heere nooit "Mijn Knecht" genoemd. Aan een meer verheven herder dan Cyrus is het opgedragen Zijn verstrooide kudde bijeen te vergaderen, om hen te voeden en te beschermen in Zijn schaapskooi. Hij zal de wil van Zijn Vaders doen, totdat Zijn werk geheel volbracht is.

En [tot] de tempel: Word gegrond.

Vgl.:

2Kr 36:23  Zo zegt Kores, koning van Perzie: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven; en Hij heeft mij bevolen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, hetwelk in Juda is; wie is onder ulieden van al Zijn volk? De HEERE, zijn God, zij met hem, en hij trekke op. (SV)

Hoogst merkwaardig is deze met name gegeven profetie meer dan 150 jaar vóór de Babylonische gevangenschap uitgesproken. Slechts een dergelijke profetie vinden wij in 1 Kon. 13:2, waar een man Gods te Bethel 300 jaar te voren de naam van koning Josia noemt, als die het altaar, waarop nu juist Jerobeam offerde, zou verstoren. Verder is de naam 'Immanuel' van de Heer Jezus voorzegd. Maar hier bij Kores komt nog dit bij, dat de naam Kores uit een vreemde taal is genomen en een vorst aanduidt, die niet uit Israël is, en die toch als een uitverkorene van God, als een werktuig van Zijn raadsbesluiten geschilderd wordt. God heeft Kores bij zijn naam geroepen, ja, zijn naam al genoemd éér hij geboren werd. God zegt van Kores.

Jes 45:3  En Ik zal u geven de schatten, die in de duisternissen zijn, en de verborgene rijkdommen; opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, Die [u] bij uw naam roept, de God van Israël; (...) Jes 45:4  Om Jakobs, Mijns knechts wil, en Israëls, Mijns uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel gij Mij niet kendet. Jes 45:5 Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent. (SV)

Wie niet gelooft aan de profetie uit Gods Geest, of bekrompen denkbeelden aangaande deze koestert, diens verstand staat hier stil. Om zich aan deze verootmoediging niet te onderwerpen, heeft men allerlei kunstgrepen te baat genomen, en gepoogd te bewijzen dat deze profetie en het gehele tweede gedeelte van Jesaja eerst na de uitkomst van de voorzeggingen zou geschreven en dus een verdichtsel zijn. Een wonderbaar 'verdichtsel', dat zo krachtig en scherp alle verdichtsel bestraft en vernietigt! Jesaja bewijst juist op grond van deze profetie, dat de Heere alleen God is, die de toekomst te voren verkondigen kan; daarom besluit hij daarmee deze troostrede van de heerlijkheid Gods en de ijdelheid van de afgoden. In ditzelfde hoofdstuk zegt God, ten bewijze dat Hij waarachtig God is, dat hij de toekomstige dingen laat verkondigen.

Jes 44:7  En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen. Jes 44:8  Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen: is er ook een God behalve Mij? Immers, is er geen [andere] rotssteen: Ik ken er geen? (...) Jes 44:26  Die het woord Zijns knechts bevestigt, en den raad Zijner boden volbrengt; Die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden; en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen oprichten. (SV)

De gehele afdeling Jes. 40-44 bereidt op dit lichtpunt, de voorzegde herstelling van Israël met inzet van Kores, voor.

Bronnen

Statenbijbel uitgegeven door het Nederlandsch Bijbelgenootschap, Amsterdam, 1923. Tekst van de samenvatting van Jes. 44 is onder wijziging verwerkt op 5 jan. 2020.

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Jes. 44:28. Enige tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 5 jan. 2020.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.