Jesaja (boek)/Hoofdstuk 40

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 40 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Aankondiging van de komst van God met arbeidsloon. Zijn woord zal bevestigd worden. Hij zal komen tegen de sterke en Hij zal heersen en zijn volk weiden gelijk een herder. (1-11). Hij, de Schepper en hemel en aarde, is onvergelijkbaar wijs en machtig. Tegenover de eeuwige God is de mensheid nietig. (12-26). Israël voelt zich ten onrechte door God vergeten. Maar Hij, die niet moede of mat wordt, zal de moeden kracht geven. (27-31).

Inleiding

Hier begint, volgens veel uitleggers, het tweede en laatste hoofddeel van het boek van de profeet Jesaja. God komt nadat Jeruzalem genoeg geleden heeft wegens al haar zonden. Hij komt met vergelding voor de overige volken en zal het moe gestreden Israël versterken (vgl. vers 2, 27, 29). De volken hebben hun technische macht zeer vermeerderd als de Heer verschijnt. Maar bij Zijn verschijning zal hun nietigheid en vergankelijkheid overduidelijk worden.

Mal 3:2  Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? ... (SV).

Jes. 40:2

Jes 40:2  Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden. (SV)

Roept. Zie ook verzen 3, 6.

Jes. 40:3

Jes 40:3  Een stem van de roepende in de woestijn: Bereidt de weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onze God! (CP[1])

De troost en verlossing voor Israël (verzen 1-2) begon met de komst van Johannes de Doper, gevolgd door de komst van de Heiland. Helaas heeft het volk de weg des vredes niet gekend. De oversten geloofden niet in Johannes noch in Jezus.

De roepende. Over roepen, zie ook verzen 2, 6, 9.

Jes. 40:4

Jes 40:4 Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden. (SV)

In dit vers staat wat God zal doen. In vers 3 gaat het om wat wij mensen hebben te doen.

Jes. 40:5

Jes 40:5 En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft. (SV)

De heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien dat ... Zie vers 9, "Zie, [hier] is uw God". De heerlijkheid van God zal geopenbaard worden door de openbaring van Jezus Christus, die uit de hemel in de wereld zal verschijnen met grote heerlijkheid.

Opb 1:7  Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen. (Telos)

Zijn verschijning is de zichtbare bevestiging van de waarheid van Gods woord.

Dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft. Vergelijk:

Eze 39:7 En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël. Eze 39:8 Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, [van] welken Ik gesproken heb. Da 9:12 En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.

Da 9:13 Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, [alzo] is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.

1Ti 1:15 Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om zondaars te behouden, ... (Telos)

Jes. 40:6

Jes 40:6  Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. (SV)

Een stem zegt: Roept! Over roepen, zie ook verzen 2, 3, 9.

Wat zal ik roepen? Het woord van God, vers 8.

Alles vlees is gras. Zie voor de toelichting vers 7-8.

Jes. 40:7

Jes 40:7  Het gras verdort, de bloem valt af, als de adem des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. (CP[1])

Zie wat in vers 24 van de vorsten en de richters wordt gezegd:

Jes 40:24  Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen. (SV)

Adem. Of 'Geest'.

Blaast. In de eindtijd zullen zeer velen op aarde omkomen door de oordelen van God.

Jes. 40:8

Jes 40:8 Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord van onze Gods bestaat in der eeuwigheid. (CP)

Het Woord enz.

Jes 40:5 En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft. (SV)

Jes. 40:9

Jes 40:9  O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie [hier] is uw God! (SV)

Verkondigster van goede boodschap. Sion is een verkondigster van goede boodschap. Ten eerste is het evangelie van Gods genade uitgegaan van Sion. Ten tweede zal in de toekomst het evangelie van het koninkrijk uitgaan van het gelovig overblijfsel. Ten derde zal, in het vrederijk, de wet van de Heer uitgaan vanuit Jeruzalem.

De goede boodschap die hier bedoeld wordt is: Zie, hier is uw God, die zal verlossen en weiden.

Dat Jezus de Christus, of God geopenbaard in het vlees, mocht tijdens zijn omwandeling op aarde niet rondgebazuind worden.

Hef uw stem op met macht, hef ze op. Vgl .het roepen in de verzen 2, 3, 6.

Zie [hier] is uw God! Zie vers 5:

Jes 40:5 En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft. (SV)

Over deze komst spreken verzen 3, 10

Jes. 40:10

Jes 40:10  Ziet, de Heer Jahweh zal komen tegen de sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. (CP[1])

De Heer Jahweh zal komen. Over deze komst spreken al verzen 3, 5, 9.

Jes. 40:11

Jes 40:11  Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. (SV)

Vgl.:

Jes 49:10  Zij zullen niet hongeren, noch dorsten, en de hitte en de zon zal hen niet steken; want hun Ontfermer zal ze leiden, en Hij zal hen aan de springaders der wateren zachtjes leiden. (SV)

Gelijk een herder. Jezus heet zichzelf 'de goede herder'. Hij is zó goed, dat Hij zelfs zijn leven heeft afgelegd voor zijn schapen. Vergelijk:

Joh 10:11  Ik ben de goede herder; de goede herder legt zijn leven af voor de schapen; (Telos)

Joh 10:14  Ik ben de goede herder; en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, (Telos)

Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen. Vgl:

Mr 10:13 En zij brachten kinderen bij Hem, opdat Hij hen zou aanraken; de discipelen echter bestraften hen. Mr 10:14 Toen Jezus echter dit zag, nam Hij het hun zeer kwalijk en zei bestraffend tot hen: Laat de kinderen bij Mij komen, verhindert ze niet, want van de zodanigen is het koninkrijk van God. Mr 10:15 Voorwaar, Ik zeg u: wie het koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal er geenszins binnengaan. Mr 10:16 En Hij nam ze in zijn armen, legde zijn handen op hen en zegende hen. (Telos)

De zogenden. De ooien die hun jongen bij zich doen zuigen. Zie de tegenstelling:

Jes 53:7  ... toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een ooi, die stom is voor het aangezicht van zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. (CP[1])

Vgl. ook:

Lu 21:23 Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen; want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk. (Telos)

2Sa 4:4 En Jonathan, Sauls zoon, had een zoon, die geslagen was aan beide voeten; vijf jaren was hij oud als het gerucht van Saul en Jonathan uit Jizreel kwam; en zijn voedster hem opnam, en vluchtte; en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd; en zijn naam was Mefiboseth. (SV)

Jes. 40:12

Jes 40:12 Wie heeft de wateren met Zijn handholte gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal? (CP[1])

Wie omvat alles en kent van alles de maat van omvang en/of gewicht?

Wie. Het antwoord is: Niemand, God alleen.

Drieling. Een maat, namelijk het derde van een efa. Een efa is tussen de 20 en 45 liter. Een drieling is derhalve tussen de 7 en 15 liter.

Jes. 40:13

Jes 40:13  Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en [wie] heeft Hem [als] Zijn raadsman onderwezen? (SV)

Wie. Het antwoord is: geen schepsel, want God heeft dat niet nodig.

Jes 55:9  Want [gelijk] de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. (SV)

Jes. 40:15

Jes 40:15  Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof! (SV)

Zie vers 17.

Jes. 40:16

Jes 40:16  En de Libanon is niet genoegzaam om te branden, en zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer. (SV)

De Libanon is niet genoegzaam om te branden. Het Libanongebergte, bekend om zijn ceders, bevat niet genoeg hout om te branden op het altaar van God. Het brandoffer dat Hij waard is te ontvangen, is te groot om met het hout van de Libanon verbrand te kunnen worden.

Jes. 40:17

Jes 40:17  Alle volken zijn als niets voor Hem; en zij worden bij Hem geacht minder dan niet, en ijdelheid. (SV)

Zie vers 15.

Jes. 40:18

Jes 40:18  Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen? (SV)

God is onvergelijkelijk groot van verstand en vermogen. Zie vers 25.

Vergelijken. In vers 11 wordt zijn tere zorg vergeleken met die van een goede herder.

Jes. 40:19-20 Maken van een afgodsbeeld

Jes 40:19  De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen [toe]. Jes 40:20  Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft, die kiest een hout uit, [dat] niet verrotte; hij zoekt zich een wijzen werkmeester, om een beeld te bereiden, [dat] niet wankele. (SV)

Tegenover de grote God staat een product van mensenhanden: een beeld. In de eindtijd zal onder aanwijzing van de Valse Profeet een beeld worden opgericht dat alle mensen moeten aanbidden (→ Beeld van het Beest).

Jes. 40:22

Jes 40:22  Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen; (SV)

Als sprinkhanen. Vgl. vers 15, 17.

De hemelen. Zie vers 26

Jes. 40:23

Jes 40:23  Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid. (SV)

Zie vers 15, 17, 22.

Opb 6:15  En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; (Telos)

Te niet. Zie vers 17.

IJdelheid. Zie vers 17.

Jes. 40:24

Jes 40:24  Ja, zij worden niet geplant, ja, zij worden niet gezaaid, ja, hun afgehouwen stam wortelt niet in de aarde; ook als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren, en een stormwind zal hen als een stoppel wegnemen. (SV)

Als Hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren. Vgl.:

Jes 40:7  Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. (SV)

Jes. 40:25

Jes 40:25  Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige. (SV)

Zie vers 18.

Jes. 40:26

Jes 40:26  Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid [Zijner] krachten, en [omdat] Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist. (SV)

Zie vers 22 over het uitbreiden van de hemelen.

Ziet, wie deze dingen geschapen heeft. God wordt geopenbaard als de Schepper van hemel en aarde. Sinds de opmars van de naturalistische evolutietheorie is Zijn werk al meer miskend.

Joes. 40:29

Jes 40:29  Hij geeft de moede kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft. (CP[1])

De moede. Israël is moe gestreden (vgl. verzen 27, 2).

Jes. 40:31

Jes 40:31  Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden. (SV)

Het moe gestreden (vgl. 2, "haar strijd is vervuld") Israël zal uit een diep dal opstijgen en zijn krachten vernieuwen.

Zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden. Dit doet óók denken aan de opneming en verandering van de levenden bij de komst van de Heer Jezus om de zijnen tot Zich te nemen.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.