Jesaja (boek)/Hoofdstuk 34

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 34 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Oordeel der heidenen (1-4). Oordeel over Edom (5v).

Jes. 34:2

Jes 34:2  Want de verbolgenheid des HEEREN is over al de heidenen, en grimmigheid over al hun heir; Hij heeft hen verbannen, Hij heeft ze ter slachting overgegeven. (SV)

Verbannen. Zie ook vers 6: Edom is verbannen.

Jes. 34:5

Jes 34:5  Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb. (SV)

Zwaard des HEEREN. Zie vers 6.

Jes. 34:6

Jes 34:6  Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten. (SV)

Zwaard des HEEREN. Zie vers 5.

Verbannen. Zie vers 2. Verband: Sions twistzaak (vers 8).