Jesaja (boek)/Hoofdstuk 45

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 45 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

God baant de weg voor Kores en maakt hem onoverwinnelijk, omwille van Israël (1-4). Jahweh, de enige god, doet dit, opdat men overal weet dat Hij de enige is (5-8). Hij is de Schepper en heeft geen rekenschap af te leggen van hetgeen hij voor zijn volk Israël doet. Wie dien, die met zijn Formeerder twist (9-13). Eenmaal zullen alle volken Israël, dat verlost wordt, eren om zijn God. Alle beeldendienaars zullen beschaamd worden en, ook de verst verwijderde naties, zullen belijden dat hij de enige God is. (14-25).

Jes. 45:1

Jes 45:1  Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden: (SV)

Cores. Of Kores. Ook genoemd in 44:28.

Ik zal de lendenen der koningen ontbinden. In tegenstelling met het gorden van Kores, vers 5.

De deuren te openen. Zie ook vers 2.

Jes. 45:2

Jes 45:2  Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan. (SV)

Uw aangezicht. Dat van Kores.

Ik zal de kromme wegen recht maken.

Jes 45:13  Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen. (SV)

De koperen deuren zal Ik verbreken. Zie vers 1.

Jes. 45:3

Jes 45:3  En Ik zal u geven de schatten, die in de duisternissen zijn, en de verborgene rijkdommen; opdat gij moogt weten, dat Ik de HEERE ben, Die [u] bij uw naam roept, de God van Israël; (SV)

Die [u] bij uw naam roept. Zie vers 4.

Jes. 45:4

Jes 45:4  Om Jakobs, Mijns knechts wil, en Israëls, Mijns uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel u Mij niet kende. (CP[1])

Ik riep u bij uw naam. Zie vers 3.

Hoewel u Mij niet kende. Zie ook vers 5 ('kent', tegenwoordige tijd).

Jes. 45:5

Jes 45:5  Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; Ik zal u gorden, hoewel u Mij niet kent. (CP[1])

Ik ben de HEERE, en niemand meer. Zie vers 6.

Hoewel u Mij niet kent. Zie vers 4 ('kende', verleden tijd).

Ik zal u gorden. In tegenstelling tot het ontbinden van de lendenen der andere koningen.

Jes. 45:6

Jes 45:6  Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, Ik ben de HEERE, en niemand meer. (SV)

Ik ben de HEERE, en niemand meer. Zie vers 5.

Jes. 45:12

Jes 45:12  Ik heb de aarde gemaakt, en Ik heb den mens daarop geschapen; Ik ben het! Mijn handen hebben de hemelen uitgebreid, en Ik heb al hun heir bevel gegeven. (SV)

Zie ook vers 18.

Jes. 45:13

Jes 45:13  Ik heb hem verwekt in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik recht maken; hij zal Mijn stad bouwen, en hij zal Mijn gevangenen loslaten, niet voor prijs, noch voor geschenk, zegt de HEERE der heirscharen. (SV)

Hem. Kores, door wie Israël uit de gevangenschap zal worden bevrijd (44:28).

Jes 44:28  Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en [tot] den tempel: Word gegrond. (SV)

Verwekt in gerechtigheid. Vgl.

Jes 42:6  Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal [u] bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. (SV)

Al zijn wegen zal Ik recht maken. Zodat hij ongehinderd tot zijn doel kan voortgaan (vs. 2)

Jes 45:2  Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan. (SV)

Hij zal Mijn stad bouwen. Dat is Jeruzalem

Hij zal Mijn gevangenen loslaten. Dat zij vrij worden en weer naar hun vaderland mogen terugtrekken.

Niet voor prijs, noch voor geschenk. Zoals anders gevangenen voor hun vrijlating moeten betalen, daar God reeds op andere wijze hem schadeloos heeft gesteld.

Jes 52:3  Want zo zegt de HEERE; Gijlieden zijt om niet verkocht, gij zult ook zonder geld gelost worden. (SV)

Jes 43:3  Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland; Ik heb Egypte, Morenland en Seba gegeven [tot] uw losgeld in uw plaats. (SV)

Christus. Zo is Christus ook indertijd gezalfd, om de arme gevangen zielen los te maken van onder het juk van Satan, en dat was een ontheffing van een veel erger slaafse dwangmacht, dan die Israël prangde. Het tot op zekere hoogte typische (voorafbeeldende) karakter van Cyrus komt steeds duidelijker naar voren; de woorden hebben dus ook een eeuwig geldende geestelijke betekenis.

Jes. 45:14

Jes 45:14  Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeërs, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, [zeggende]: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer. (SV)

God richt zijn rede nu onmiddellijk tot Israël en verkondigt het de heerlijke uitkomst van de wegen, die met Kores beginnen

Egyptenaren ... Moren ... Sabeërs. Het is opmerkelijk dat de drie genoemde volken altijd op de voorgrond staan, wanneer er sprake van is dat God aan Zijn volk de erve van de heidenen (Ps. 111:6) wil geven (zie Ps. 68:32; 72:10; Jes. 10. Jes. 18:7; 19:16); maar het is ook opmerkelijk, dat het dezelfde volken zijn, die in 43:3 aan Kores als losgeld voor Israël worden toegezegd.

De arbeid der Egyptenaren. Wat zij met hun handel verwierven.

De koophandel der Moren. Wat de Koesjieten gewonnen hebben

En der Sabeërs. De bewoners van Scheba, de Jemenieten.

Zullen tot u overkomen. Tot Gods volk, in zijn volksgemeenschap treden.

Zij zullen de uwe zijn. Met al wat zij bezitten.

Zij zullen u navolgen. Aangetrokken door de heerlijkheid van hetgeen bij u te vinden is

In boeien zullen zij overkomen. In boeien van de geestelijke macht, die Israël uitoefent, zullen zij overkomen.

Zij zullen zich voor u buigen. Om der wille van Hem, die bij u is en Zich aan u verheerlijkt.

Zij zullen u smeken. Zeggende: neemt ons in uw midden op, want gewis, God is in u, en er is anders geen God.

Het valt in ‘t oog, dat, wat rechtmatig alleen aan God toekomt, namelijk buigen, smeken, hier aan Gods volk wordt toegekend. De Heere en Zijn volk vormen toch inderdaad één onafscheidelijk geheel. Is ook in het Nieuwe Testament Christus niet één lichaam met zijn gemeente? Zo wordt in 1 Kor. 12:12 de uitdrukking "Christus" van de gemeente gebruikt in zoverre zij hoofd en leden in zich bevat.

1Co 12:12  Want zoals het lichaam een is en vele leden heeft, en alle leden van het lichaam, hoewel vele, een lichaam zijn, zo ook Christus. (Telos)

In Openb. 3:9 wordt de huldiging eveneens het deel der gemeente. (DÄCHSEL).

Opb 3:9  Zie, Ik geef enigen uit de synagoge van de satan, die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen; zie, Ik zal maken dat zij komen en zich neerbuigen voor uw voeten en erkennen dat Ik u heb liefgehad. (Telos)

Er is anders geen God meer.

Jes 44:6  Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God. (SV)

Jes. 45:17

Jes 45:17  [Maar] Israël wordt verlost door den HEERE, [met] een eeuwige verlossing; ulieden zult niet beschaamd noch tot schande worden, tot in alle eeuwigheden. (CP[1])

Ulieden zult niet beschaamd noch tot schande worden. In tegenstelling tot de makers van afgoden (vers 16)

Jes. 45:18

Jes 45:18  Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, [maar] heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer. (SV)

Zie ook vers 12.

Jes. 45:20

Jes 45:20  Verzamelt u, en komt, treedt hier toe samen, ulieden, die van de heidenen ontkomen bent! Zij weten niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden, [die] niet verlossen kan. (CP[1])

Ulieden, die van de heidenen ontkomen bent. Het zijn ontkomen heidenen, niet ontkomen Israëlieten. Zie ook vers 22, 24.

Jes. 45:24

Jes 45:24  Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in den HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn. (SV)

Tot Hem zal men komen. Zie in vers 20 de oproep aan de heidenen: "komt!". En in vers 22 de oproep: "wendt u naar Mij toe!".

Jes. 45:25

Jes 45:25  [Maar] in den HEERE zullen gerechtvaardigd worden en zich beroemen, het gehele zaad van Israël. (CP[1])

Het gehele zaad van Israël. Diegenen die de rampen van de eindtijd overleven.

Ro 11:26  en zo zal heel Israël behouden worden, zoals geschreven staat ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal de goddeloosheden van Jakob afwenden. (Telos)

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Jes. 45:13 en 14 is onder wijziging verwerkt op 20 jan. 2021.

Leidsche Vertaling (1914). Tekst van de samenvatting van Jes. 45 is onder wijziging verwerkt op 25 jan. 2021.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.