Jesaja (boek)/Hoofdstuk 54

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 54 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Jahweh zal Israël vergaderen en zich over zijn volk ontfermen, zoals een man over zijn onvruchtbare, ontrouwe en eens verstoten maar nu weer aangenomen en vruchtbare vrouw. Zijn toorn was van korte duur, Zijn goedertierenheid jegens Israël is altoos en zijn verbond van vrede met Israël zal niet wankelen. (1-10) Jeruzalem zal heerlijk gemaakt worden (11-12). Israël zal door gerechtigheid bevestigd worden. Zijn kinderen zullen allen door God onderwezen zijn en hun vrede zal groot zijn. Wie zich ten strijde tegen Israël vergaderen, zullen vallen. De knechten van Jahweh, wier gerechtigheid uit God is, zullen hun tegenstanders veroordelen. (13-17).

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft het herstel van Israël in de huwelijkse verhouding met God. Er schijnt een verband te zijn met het schuldoffer en de rechtvaardigmaking van Jes. 53. Het schuldoffer van de Messias is van Godswege de grond voor het herstel.

Jes. 54:1

Jes 54:1  Zing vrolijk, gij onvruchtbare, [die] niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, [die] geen barensnood gehad hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer, dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE. (SV)

Israël wordt voorgesteld als een onvruchtbare en eenzame vrouw, die veel kinderen blijkt te zullen hebben.

De kinderen der eenzame zijn meer.

Jes 54:13  En al uw kinderen zullen van den HEERE geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn. (SV)

Jes. 54:2

Jes 54:2  Maak de plaats uwer tenten wijd, en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in. (SV)

De vele kinderen hebben levensruimte nodig, zie vers 3.

Steek uw pinnen vast. De woonplaats is blijvend. Israël zal niet meer verstrooid worden of hoeven te vluchten.

Jes. 54:3

Jes 54:3  Want u zult uitbreken ter rechter [hand] en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen. (CP[1])

U zult uitbreken ter rechter [hand] en ter linkerhand. U zult veel kinderen krijgen, zie vs. 1.

Uw zaad zal de heidenen erven. Jezus is het zaad van Israël: Hij zal de koning der wereld worden, de vredevorst zijn. Ook het Israël van 'de wedergeboorte', dat een volk van rechtvaardigen zal wezen, zal delen in zijn heerschappij en erfgoed.

Zij zullen de verwoeste steden doen bewonen. Na de verdrukking en verwoesting van de eindtijd, zullen Israëls verwoeste steden herbouwd en herbewoond worden.

Jes. 54:4

Jes 54:4  Vrees niet, want u zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want u zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte van uw jeugd vergeten, en de smaad van uw weduwschap zult gij niet meer gedenken. (CP[1])

Vrees niet. Deze woorden doen denken aan de woorden van Jozef, die, na zich in Egypte aan zijn broers geopenbaard te hebben, hen geruststelt.

U zult niet beschaamd worden. Hoewel er vroegere oorzaak van schaamte is.

U zult niet te schande worden. Hoewel de schandvlek van de verwerping van de Messias het volk Israël eeuwenlang heeft aangekleefd.

De schaamte van uw jeugd. De afgoderij en ontrouw van Israël, die uitliep op de verwerping en dood van de Messias.

De smaad van uw weduwschap. Haar man was overleden. Die man is Jahweh zelf (vs. 5), die als mens is gestorven, door zijn volk Israël verworpen en naar het kruis verwezen.

Jes. 54:5

Jes 54:5  Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God van de hele aardbodem genaamd worden. (CP[1])

Uw man. God wordt voorgesteld als de echtgenoot van Israël. Deze echtgenoot is overleden ("uw weduwschap", vs. 4).

Hij zal de God van de hele aardbodem genaamd worden. Niet slechts de God van het land en volk van Israël. Hij zal overal op aarde erkend worden als de enige waarachtige God, de God van alle mensen.

Uw Verlosser. Zie vs. 8.

Jews. 54:6

Jes 54:6  Want de HEERE heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans bent u de huisvrouw der jeugd, hoewel u versmaad bent geweest, zegt uw God. (CP[1])

De HEERE heeft u geroepen. Israël zal opnieuw geroepen worden. Vergelijk:

Joh 11:28  En na dit gezegd te hebben ging zij heen en riep haar zuster Maria in het geheim en zei: De Meester is er en Hij roept je. (Telos)

Een verlaten vrouw. Door God verlaten (vs. 6) en versmaad, vanwege haar ontrouw, haar geestelijk overspel.

Bent u de huisvrouw der jeugd. En is God "uw Man" (vs. 5).

Hoewel u versmaad bent geweest. Om uw menigvuldig geestelijk overspel.

Jes. 54:7

Jes 54:7  Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen. (SV)

Voor een klein ogenblik. Dat is, in Gods tijdsbesef. Voor ons mensen kan het lang duren. Vergelijk: "in een kleine toorn" en "een ogenblik" (vs. 8).

Heb ik u verlaten. Waardoor Israël gelijk een verlaten vrouw (vs. 6) is geworden.

Met grote ontfermingen. Die de droefheid van geest (vs. 6) zal verslinden.

Jes. 54:8

Jes 54:8  In een kleine toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser. (CP[1])

In een kleine toorn. Toorn die een ogenblik duurt (vs. 7), terwijl Gods goedertierenheid eeuwig zal duren.

Een ogenblik. "Een klein ogenblik" (vs. 7).

Uw Verlosser. Zie vs. 5.

Jes. 54:10

Jes 54:10  Want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer. (CP[1])

Het verbond van Mijn vrede. Dit doet denken aan het "nieuwe verbond" met Israël. Zie voor deze vrede ook vers 13.

Jes. 54:11

Jes 54:11   Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten. (SV)

Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten. Zie ook volgende vers. Het doet denken aan het Nieuwe Jeruzalem. Het kan ook betrekking hebben op de nieuwe aardse stad Jeruzalem in het Vrederijk van Christus.

Jes. 54:13

Jes 54:13  En al uw kinderen zullen van de HEERE geleerd zijn, en de vrede van uw kinderen zal groot zijn. (SV)

De vrede van uw kinderen. Zie ook vers 10, "het verbond van Mijn vrede".

Jes. 54:14

Jes 54:14  Gij zult door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre van verdrukking, want gij zult niet vrezen; en [verre] van verschrikking, want zij zal tot u niet naderen. (CP[1])

Wees verre van enz. De gedachte is niet dat Israël zich moet onthouden van verdrukking of verschrikking, maar dat deze zaken hem niet zullen bereiken. De NBG51-vertaling geeft de gedachte wellicht goed weer: "Weet u verre van onderdrukking, want gij hebt niet te vrezen, en van verschrikking, want zij zal tot u niet naderen."

Jes. 54:15

Jes 54:15  Ziet, zij zullen zich zekerlijk vergaderen, [doch] niet uit Mij; wie zich tegen u vergaderen zal, die zal om uwentwil vallen. (SV)

Vers 14 en 15 doen denken aan de vergadering tegen de heilige stad aan het einde van het 1000-jarig Vrederijk.

Opb 20:8  en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee.  Opb 20:9  En zij kwamen op over de breedte van de aarde en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad; en er daalde vuur neer van God uit de hemel en verteerde hen. (Telos)

Jes. 54:16

Jes 54:16  Zie, Ik heb den smid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt tot zijn werk; ook heb Ik de verderver geschapen, om te vernielen. (CP[1])

Zie ook vers 17. God heeft ook de mensen geschapen die zich wapenen en zich vergaderen tegen Israël: Hij heeft hen in zijn hand en is bij machte hen tegen te houden en ten val (vs. 15) te brengen.

Zie, ik heb den wapensmid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast. Om een spies of pijl of ander krijgswapen te vervaardigen,

Wie het instrument voortbrengt tot zijn werk. Zodat het aan zijn bestemming kan beantwoorden;

Ook heb Ik den verderver geschapen. Die dat instrument ter hand neemt om te vernielen.

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 1,5 1,6 1,7 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.