Jesaja (boek)/Hoofdstuk 7

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 7 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Jes. 7:1

Jes 7:1  Het geschiedde nu in de dagen van Achaz, den zoon van Jotham, den zoon van Uzzia, den koning van Juda, dat Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de zoon van Remalia, de koning van Israël, optoog naar Jeruzalem, ten oorlog tegen haar; maar hij vermocht met strijden niet tegen haar. (SV)

Uit de regeringsjaren van de genoemde koningen kan men afleiden dat de belegering van Jeruzalem rond 733 v.C. plaatsvond.

800 — 700 v.C. < Israël 750 — 650 v.C.[1] > 700 — 600 v.C.
EsarhaddonTirhakaManasseBerodach-BaladanSanheribBerodach-BaladanSargon IISalmaneserHizkiaHosea (koning)AchazPekahPekahiaJesaja (profeet)https://nl.wikipedia.org/wiki/PiyePulMichaJothamMenahemSallumZachariaRezinUzzia

Jes. 7:8

Jes 7:8  Maar Damaskus zal het hoofd van Syrië zijn, en Rezin het hoofd van Damaskus; en in nog vijf en zestig jaren zal Efraïm verbroken worden, dat het geen volk zij. (SV)

In nog vijf en zestig jaren zal Efraïm verbroken worden. Efraïm is de voornaamste stam van het Tienstammenrijk, zoals Juda de voornaamste stam is van het Tweestammenrijk. De voorzegging ziet - aldus het commentaar van Dächsel[2] - niet op de wegvoering van Efraïm onder de Assyrische koning Salmaneser, maar op de wegvoering onder Esarhaddon, in het 22ste jaar van de regering van Manasse, toen het laatste gedeelte van Efraïms bevolking naar Assyrië en Babel werd weggevoerd. Dan komt het getal ook precies uit. Achaz regeerde na deze nog 14 jaar. Hizkia heeft 29 jaren geregeerd en die wegvoering had plaats in het 22ste jaar van Manasse. Dit maakt een tijdruimte van 65 jaren.[2] Deze verklaring is niet zonder moeilijkheid, omdat Hizkia ook co-regent is geweest met Achaz en Manasse.

Jes. 7:14

Jes 7:14 Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten. (SV)

Maagd. De NBG51-vertaling heeft 'jonkvrouw'. Dat is minder juist, daar (1) een zwangere jonge vrouw geen wonderteken is, een zwangere maagd daarentegen is een groot teken; (2) het maagd-zijn wordt bevestigd in het Nieuwe Testament. Het vers wordt aangehaald in:

Mt 1:23 ‘Zie, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en men zal Hem de naam Emmanuel geven’, dat is vertaald: God met ons. (TELOS)

In Luk. 1:27-28 komt 2x het woord 'maagd' voor.

Immanuel. De naam betekent 'God (is) met ons'. Zie Immanuël. God zal ons beschermen tegen de aanstormende volken.

Jes 8:8  En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen, en er doorgaan, hij zal tot aan den hals reiken; en de uitstrekkingen zijner vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuel! Jes 8:9  Vergezelt u te zamen, gij volken! doch wordt verbroken; en neemt ter ore, allen gij, die in verre landen zijt, omgordt u, doch wordt verbroken; omgordt u, doch wordt verbroken! Jes 8:10  Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons! (SV)

Voetnoot

  1. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).
  2. 2,0 2,1 Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Enige tekst van het commentaar is hier onder wijziging verwerkt.