Jesaja (boek)/Hoofdstuk 19

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 19 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Dit hoofdstuk bevat 'de last van Egypte' (19:1). Jesaja voorzegt dat God de Egyptenaren op menigerlei wijze zal plagen (2-10). De vorsten zullen dwazen zijn en Egypte doen dwalen en de gewone man weet ook niet wat te doen (11-15). Egypte zal bevreesd zijn voor God, zich tot Hem bekeren en Hem dienen. God/Christus zal hen genezen en verlossen (16-22). Met Assyrië en Israël zal Egypte, dat God nu "Mijn volk" noemt en dat Hij zegent, een zegen zijn voor de wereld (23-25).

Jes. 19:1

Jes 19:1  De last van Egypte. Ziet, de HEERE rijdt op een snelle wolk, en Hij zal in Egypte komen; en de afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht, en het hart der Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen. (SV)

Ziet, de HEERE rijdt op een snelle wolk. In vers 20 is sprake van een Heiland en Meester die in Egypteland komt ter verlossing.

Jes 19:20  En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den HEERE der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot den HEERE roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland en Meester zenden, Die zal hen verlossen. (SV)

De afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht. Zij, hun afgodsbeelden, zullen beven. Zij niet bij machte om de Egyptenaren te redden. De hand van Jahweh zal tegen de Egyptenaren bewogen worden (vers 16).

Het hart der Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen.

Jes 19:16  Te dien dage zullen de Egyptenaars zijn als de vrouwen; en zij zullen beven en vrezen vanwege de beweging van de hand des HEEREN der heirscharen, welke Hij tegen hen bewegen zal. (SV)

Het land van Juda zal hen tot een schrik zijn.

Jes 19:17  En het land van Juda zal den Egyptenaren tot een schrik zijn; zo wie het vermelden zal, die zal in zichzelven bevreesd wezen vanwege den raad des HEEREN der heirscharen, dien Hij tegen hen beraadslaagd heeft. (SV)

Jes 19:22  En de HEERE zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot den HEERE bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen. (SV)

Jes. 19:4

Jes 19:4  En Ik zal de Egyptenaars besluiten in de hand van harde heren, en een strenge koning zal over hen heersen, spreekt de Heere HEERE der heirscharen. (SV)

Harde heren. Mogelijk dezelfde als de in vers 20 genoemde "verdrukkers".

Jes 19:20  En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den HEERE der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot de HEERE roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland en Meester zenden, Die zal hen verlossen. (CP[1])

Jes. 19:11

Jes 19:11 Gewisselijk, de vorsten van Zoan zijn dwazen, de raad der wijzen, der raadgevers van Farao, is onvernuftig geworden; hoe kunt gijlieden [dan] zeggen tot Farao; Ik ben een zoon der wijzen, een zoon der oude koningen? (SV)

Zoan. Een stad in Beneden-Egypte. Zie Zoan. Te Zoan ontmoetten eens Mozes en Aaron de farao van Egypte en op die plaats, in het veld van Zoan, werden de plagen opgeroepen en deed God wonderbaarlijke dingen.

Ps 78:12 Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, [in] het veld van Zoan. Ps 78:43 Hoe Hij Zijn tekenen stelde in Egypte, en Zijn wonderheden in het veld van Zoan; (SV)

Ligging van Zoan (= Tanis).

Jes. 19:13

Jes 19:13  De vorsten van Zoan zijn zot geworden, de vorsten van Nof zijn bedrogen; zij zullen ook Egypte doen dwalen, [tot] den uitersten hoek zijner stammen. (SV)

Nof. Bekend onder de naam Memphis (zie kaart), evenals Zoan een Egyptische hoofdstad.

Jes. 19:16

Jes 19:16  Te dien dage zullen de Egyptenaars zijn als de vrouwen; en zij zullen beven en vrezen vanwege de beweging van de hand des HEEREN der heirscharen, welke Hij tegen hen bewegen zal. (SV)

Beven en vrezen. "Het hart der Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen." (vers 1)

De beweging van de hand des HEEREN der heirscharen, welke Hij tegen hen bewegen zal. Het is de beweging van een slaande hand.

Jes 19:22  En de HEERE zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot den HEERE bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen. (SV)

Jes. 19:17

Jes 19:17  En het land van Juda zal de Egyptenaren tot een schrik zijn; zo wie het vermelden zal, die zal in zichzelven bevreesd wezen vanwege den raad des HEEREN der heirscharen, dien Hij tegen hen beraadslaagd heeft. (CP[1])

Het land van Juda zal de Egyptenaren tot een schrik zijn. Omdat Jahweh, die een raad tegen hen beraadslaagd heeft, met hen verbonden is.

Tegen hen. Dat is tegen de Egyptenaren. Jahweh is de God van Juda, van Israël.

Jes. 19:18

Jes 19:18  Te dien dage zullen er vijf steden in Egypteland zijn, sprekende de spraak van Kanaän, en zwerende den HEERE der heirscharen; een zal genoemd zijn een stad der verstoring. (SV)

De spraak van Kanaän. De taal die in het land Kanaän, dat God aan Israël beloofd heeft tot een erfelijk bezit, gesproken wordt is Hebreeuws.

Jes. 19:19

Jes 19:19  Te dien dage zal de HEERE een altaar hebben in het midden van Egypteland, en een opgericht teken aan haar landpalen voor den HEERE. (SV)

Een altaar. In het midden van het land zal een offerplaats zijn, waarop de Egyptenaren slachtoffers en spijsoffers (vers 21) zullen brengen.

Jes. 19:20

Jes 19:20  En het zal zijn tot een teken, en tot een getuigenis den HEERE der heirscharen in Egypteland, want zij zullen tot de HEERE roepen vanwege de verdrukkers, en Hij zal hun een Heiland en Meester zenden, Die zal hen verlossen. (CP[1])

Tot de HEERE roepen. En God zal zich van hen laten verbidden.

Jes 19:22  En de HEERE zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot den HEERE bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen. (SV)

De verdrukkers. Dezelfde wellicht als de 'harde heren' en 'een strenge koning' (vers 4). Hun identiteit is onbekend.

Jes 19:4  En Ik zal de Egyptenaars besluiten in de hand van harde heren, en een strenge koning zal over hen heersen, spreekt de Heere HEERE der heirscharen. (SV)

Roepen vanwege de verdrukkers. Zoals Israël eertijds tot God geroepen had wegens de harde heren en de strenge koning van Egypte, zo zal Egypte nu tot God om verlossing roepen.

Een Heiland en Meester. Zond God eertijds Mozes tot het roepende Israël, zo zal Hij nu een verlosser zenden tot Egypte. De aanduiding van de verlosser doet denken aan onze Meester en Heiland Jezus Christus, die komt “met de wolken” (Dan 7:13, Opb 1:7), “op de wolken” (Mt 24:30), “in de wolken” (Mc 13:26), vgl. vers 1, volgens hetwelk Jahweh rijdend "op een snelle wolk" in Egypte zal komen.

Jes. 19:21

Jes 19:21  En de HEERE zal den Egyptenaren bekend worden, en de Egyptenaars zullen den HEERE kennen te dien dage; en zij zullen [Hem] dienen [met] slachtoffer, en spijsoffer, en zij zullen den HEERE een gelofte beloven en betalen. (SV)

Dienen [met] slachtoffer en spijsoffer. Deze offers zullen zij brengen op het altaar dat in het midden van Egypteland is (vers 19). Wij weten uit het boek Ezechiël dat in het Vrederijk offers aan God gebracht zullen worden.

Jes. 19:22

Jes 19:22  En de HEERE zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot de HEERE bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen. (CP[1])

Slaan.

Jes 19:16  Te dien dage zullen de Egyptenaars zijn als de vrouwen; en zij zullen beven en vrezen vanwege de beweging van de hand des HEEREN der heirscharen, welke Hij tegen hen bewegen zal. (SV)

Genezen. God zal hen slagen toebrengen, maar hen ook van de striemen en wonden genezen.

Zij zullen zicht tot de HEERE bekeren. En Hem dienen (vers 23).

Jes. 19:23

Jes 19:23  Te dien dage zal er een gebaande weg wezen van Egypte in Assyrie, dat de Assyriers in Egypte, en de Egyptenaars in Assyrie komen zullen; en de Egyptenaars zullen met de Assyriers [den] [Heere] dienen. (SV)

Egypte en Assyrië waren geduchte grootmachten in de tijd van Jesaja.

Een gebaande weg ... van Egypte in Assyrië. Die weg moet wel via Israël lopen.

Jes. 19:24

Jes 19:24  Te dien dage zal Israël de derde wezen met de Egyptenaren en met de Assyriërs, een zegen in het midden der aarde. (CP[1])

Israël, met de wereldhoofdstad Jeruzalem, zal een zegen zijn voor de wereld, maar ook de Egyptenaren en de Assyriërs zullen een zegen zijn voor de wereld. Hoe dat kan? Doordat zij God hebben leren kennen en Hem nu dienen en door Hem gezegend worden (vers 25).

Jes. 19:25

Jes 19:25  Want de HEERE der heirscharen zal hen zegenen, zeggende: Gezegend zij Mijn volk, de Egyptenaars, en de Assyriërs, het werk Mijner handen, en Israël, Mijn erfdeel! (SV)

Wonderbare voorzegging! Dit is het drietal:

  • de Egyptenaars - "Mijn volk";
  • de Assyriërs - "Mijner handen werk";
  • Israël - "Mijn erfdeel".

Voetnoot

  1. 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling