Jesaja (boek)/Hoofdstuk 16

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 16 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Vervolg van de last aangaande Moab (Jes. 15-16). Moab zal zijn toevlucht bij Juda zoeken (16:1-5). Het hovaardige Moab zal huilen over de verwoeste steden en velden en vergeefs zijn god aanroepen (6-12). Binnen drie jaar zal Moab vernederd worden (13-14).

Jes. 16:1

Jes 16:1  Zendt de lammeren van de heerser des lands van Sela af, naar de woestijn heen, tot de berg der dochter van Sion. (SV)

Zendt. Om gunstig te stemmen en hulp en bijstand te krijgen.

De lammeren van de heerser des lands. De lammeren van de vorst der Moabieten. Zend ze als de tekenen van uw ootmoedige onderwerping onder de scepter van Juda’s koning, aan wie Moab  te voren dienstbaar is geweest (2 Sam. 8:2, aan David;  1 Kon. 4:21,24, aan Salomo).

Sela. Ligt in Edom, in een dal van rotsen, waarheen men gevlucht is (Jes. 15:5 en 7). Misschien is ‘Sela’ de oude naam van de rotsstad Petra[1].

De woestijn. De tussen Sela en Jeruzalem gelegene woestijn

De berg der dochter van Sion. De heuvel van Jeruzalem.

Onderwerping onder Davids huis is het enige redmiddel voor Moab; dat is het, wat de profeet, wenend met de wenenden (Jes. 15:5), hun tot in de uiterste schuilhoek, waar zij zich verborgen hebben, tot in de stad der Edomieten, toeroept. De Moabieten moeten hun schatting uitleveren, zij mogen die niet langer bij zich behouden, maar moeten er mee buiten hun land gaan naar Jeruzalem.

Jes. 16:2

Jes 16:2 Anders zal het geschieden, dat de dochters van Moab aan de oversteekplaatsen van Arnon zullen zijn, als een zwervende vogel, een weggezonden nest. (CP[2])

Weggezonden. In het Hebreeuws hetzelfde werkwoord als ‘Zendt’ in vers 2. Als Moab zelf niet zendt, wordt het weggezonden.

Aan de oversteekplaatsen van Arnon. Doorwaadbare overgangen. Vergelijk de vergadering aan de zuidelijke Beek der wilgen (15:7).

Jes. 16:3

Jes 16:3 Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van de middag, gelijk van de nacht; verbergt de verdrevenen, [en] meldt de omzwervende niet. (CP)


Brengt een raad aan. Brengt een goeden raad aan, u vorsten en oudsten van Jeruzalem! zo klinkt de stem van Moabs’ smeken.

Houd gericht. Beslist wat er met ons moet gedaan worden

Maakt uw schaduw op het midden van middag, gelijk van de nach. Op de hoge middag, wanneer de zon het heetst is. Breid uwe schaduw, o Zion! over ons uit, die zozeer bedekt, dat wij op de heldere middag voor onze vijanden onzichtbaar worden en niet te vinden zijn, als dekte ons de zwarte nacht.

Verbergt de verdrevenen en meldt de omzwervende niet. Levert ons vluchtelingen niet aan de vervolger over.

Dit spreken de radeloze Moabieten tot Zion. Zij verwachten van zich zelf geen raad meer. Er is bij hen geen verwachting, en daarom wenden zij zich tot Sion en volgen de raad, in de vorige verzen gegeven, op.

Jes 16:4

Jes 16:4 Laat bij u vertoeven mijn verdrevenen, [van] Moab, wees u hun een schuilplaats voor het aangezicht van de verwoester; totdat de onderdrukker een einde heeft, de verwoesting is geëindigd, de vertreders zijn verdaan van de aarde. (CP[2])

Moab verzoekt om een schuilplaats bij Sion totdat het gevaar voorbij is.

Jes. 16:5

Jes 16:5 Want er zal een troon gevestigd worden in goedertierenheid, en daarop zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en snel is ter gerechtigheid. (CP[2])

In goedertierenheid. Door goedaardigheid, vriendelijkheid, genade, zie Goedertierenheid.

In de tent van David. Die thans wel zeer vervallen is, maar dan weer opnieuw zal worden opgericht (Amos 9:11)

Am 9:11  Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als [in] de dagen van oude tijden af; (HSV)

Die oordeelt en het recht zoekt. Terwijl heden het recht zo dikwijls wordt miskend en geen gehoor vindt

Die snel is ter gerechtigheid. Die snel gerechtigheid oefent.

Goedertierenheid èn rechtvaardigheid zijn kenmerkend voor deze troon, geheel in tegenstelling tegenover de tronen van deze wereld, die op een geheel andere grond (macht, eigenbelang, partijbelang) rusten. Hier wordt gesproken van een man die in Jeruzalem weer recht en gerechtigheid zal handhaven. Deze profetie is Messiaans. Het wordt hier uitgesproken dat er dan alleen volkomen redding voor Moab zou zijn, indien het komt tot die Koning, die het recht zal zoeken en vaardig zou zijn tot rechtvaardigheid.

Jes. 16:6

Jes 16:6 Wij hebben gehoord de hovaardij van Moab, hij is zeer hovaardig; zijn hoogmoed, en zijn hovaardij, en zijn verbolgenheid, zijn voorwendsels. (CP[2])

Wij hebben gehoord de hovaardij van Moab. De hovaardij en hoogmoed zijn wellicht de reden waarom Moab door zo zware bezoekingen moet geleid worden, als in hoofdstuk 15 is verkondigd, voordat het tot de beschreven smeekbede komt,

Hij is zeer hovaardig. In de vroegere en nog in deze tijd.

Ligging van de genoemde plaatsen Kir-hareseth (of Kir-Heres), Hesbon en Eleále.

Zijn hoogmoed, en zijn hovaardij en zijn verbolgenheid. Waarin hij tegen ons volk, Israël, heeft gewoed.

Jes. 16:7

Jes 16:7 Daarom zal Moab over Moab huilen, allemaal zullen zij huilen; over de fundamenten van Kir–hareseth zult ulieden zuchten, gewis, zij zijn gebroken. (CP[2])

Huilen. Ook in 15:2-3, 5, 8.

Kir-hareseth. Of Kir-Moab, een andere naam van dezelfde stad, een belangrijke stad in Moab. Eerder is verkondigd dat Kir-Moab verwoest zal worden.

Jes 15:1 De last over Moab. Voorzeker, in de nacht is het verwoest, Ar-Moab is uitgeroeid! Voorzeker, in de nacht is het verwoest, Kir-Moab is uitgeroeid! (HSV)

Jes. 16:8

Jes 16:8 Want de velden van Hesbon zijn verflauwd, [ook] de wijnstok van Sibma, de heren der heidenen hebben zijn uitgelezen planten verpletterd; zij reiken tot Jáëzer toe, zij dwalen [door] de woestijn; hun scheuten zijn uitgespreid, zij zijn gegaan over zee. (SV)

Hesbon. In deze last van Moab is Hesbon al eerder genoemd.

Sibma. Een stad in dezelfde streek.

Nu 32:37  En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim, Nu 32:38  En Nebo, en Baäl-meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met [andere] namen. (SV)

Sibma was beroemd om zijn bijzondere soorten van wijn[3].

Zij reiken enz. De rijke en weelderige wijnplantingen van Sibma - al of niet in de vorm van de afleggers, de afgesneden tweejarige wijnranken, die in de aarde werden gelegd, om wortel te schieten - breidden zich zo ver van deze stad uit, die zij reiken ten noorden tot Jaëzer, ten oosten tot in de woestijn, ten westen tot over de Dode Zee. Zij gingen zelfs de Dode Zee over en werden ook daar tot wijnplantingen gebezigd.

Jáëzer. Ook genoemd in het volgende vers. De plaatsnaam betekent "Dien Jahweh helpt"[3].

Nu 21:32  Daarna zond Mozes om Jaezer te verspieden; en zij namen haar onderhorige plaatsen in; en hij dreef de Amorieten, die er waren, uit de bezitting. (SV)

Jes. 16:9

Jes 16:9 Daarom beween ik, in de wening over Jaezer, den wijnstok van Sibma, ik maak u doornat met mijn tranen, o Hesbon en Eleale! want het vreugdegeschrei over uw zomervruchten en over uw oogst is gevallen; (SV)

Daarom beween ik, in de wening over Jáëzer. Zie ook vers 11. Jesaja vertegenwoordigt en geeft uiting aan het verdriet van de Moabieten. En, kan men zeggen, hij weent met de wenenden, hij schreit met de Moabs geschrei (15:5).

Onze Heer Jezus weende over het naderend verderf van Jeruzalem.

Lu 13:34  Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels, en u hebt niet gewild. (...) Lu 19:41  En toen Hij naderde en de stad zag, weende Hij over haar  Lu 19:42  en zei: Och, mocht op deze uw dag ook u erkennen wat tot uw vrede dient. Nu is het echter verborgen voor uw ogen.  Lu 19:43  Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen   Lu 19:44  en u zullen omsingelen en u van alle zijden benauwen; en zij zullen u met de grond gelijkmaken met uw kinderen in u; en zij zullen in u geen steen op de andere steen laten, aangezien u de tijd waarin naar u werd omgezien, niet hebt erkend. (Telos)

Jáëzer. Zie vers 8.

Sibma. Zie vers 8.

Hesbon. Ook genoemd in vers 8 en 15:4

Jes 15:4  Zowel Hesbon als Eleale schreeuwt, hun stem wordt gehoord tot Jahaz toe; daarom maken de toegerusten van Moab een geschrei, eens ieders ziel in hem is kwalijk gesteld. (SV)

Eleale. Ook genoemd in 15:4.

Jes. 16:10

Jes 16:10 Alzo dat de blijdschap en vrolijkheid weggenomen is van het vruchtbare veld, en in de wijngaarden wordt niet gezongen, [noch] enig gejuich gemaakt; de [druiven] treder treedt geen wijn uit in de wijnbakken, Ik heb het vreugdegeschrei doen ophouden. (SV)

Ik. Dit is God, die de verwoestende heidenvolken laat komen, of de profeet, die de ellende aanzegt, wiens ingewand rommelt (vers 11) en en wie het te moede is alsof hijzelf het onheil brengt.

Jes. 16:11

Jes 16:11  Daarom roeren mijn ingewanden zich over Moab, als een harp, en mijn binnenste over Kir-heres. (CP[2])

Mijn. Van de profeet, die Moabs smart vertegenwoordigt, uit en meevoelt. Door hem klaagt Moab. Zoals in Psalm 22 door David de gekruisigde Man van smarten te beluisteren is. Zie ook vers 9; 15:5.

Als een harp. Als een harp die klaagtonen geeft.

Kir-heres. Een andere naam van Kir-Hareseth.

Jes. 16:12

Jes 16:12 En het zal geschieden, als men zien zal, dat Moab vermoeid is geworden op de hoogten, dan zal hij in zijn heiligdom gaan om te aanbidden, maar hij zal niet vermogen. (SV)

Vermoeid is geworden op de hoogten. Door het jammeren, het aanroepen en offeren van de goden op de afgodische hoogten.

Zijn heiligdom. Waarschijnlijk het huis van de afgod Kamos (Baith).

Jes 15:2  Hij gaat op naar Baith en Dibon, [en] [naar] Bamoth, om te wenen; over Nebo en over Medeba zal Moab huilen; op al hun hoofden is kaalheid, aller baard is afgesneden. (SV)

"Baith" betekent "huis van Baäl"[3], en "Baäl" betekent "heer". De heer die de Moabieten dienden was de afgod Kamos. Baith is derhalve te verstaan: huis van Kamos.

Hij zal niet vermogen. Moab is niet tegen de vijand opgewassen. Zijn hulp zoeken bij Kamos zal hem geen overwinning bezorgen, zal hem en niets baten.

Het hulp zoeken begon, in 15:5, met een bezoek aan het heiligdom van Kamos en wordt hier, op het eind van de Godsspraak, weer vermeld.

Jes. 16:13

Jes 16:13  Dit is het woord, dat de HEERE tegen Moab gesproken heeft, van toen af. (SV)

Dit is het woord. Genoemd in 15:1 "de last van Moab", in de hoofdstukken 15 en 16.

Van toen af. Waarschijnlijk in dezelfde tijd, waarin Jesaja ook de voorafgaande last over de Filistijnen ontving (14:28), dus in het sterfjaar van koning Achaz.

Jes 14:28  In het jaar, toen de koning Achaz stierf, geschiedde deze last. (SV)

800 — 700 v.C. < Israël 750 — 650 v.C.[4] > 700 — 600 v.C.
EsarhaddonTirhakaManasseBerodach-BaladanSanheribBerodach-BaladanSargon IISalmaneserHizkiaHosea (koning)AchazPekahPekahiaJesaja (profeet)https://nl.wikipedia.org/wiki/PiyePulMichaJothamMenahemSallumZachariaRezinUzzia

Bron

Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901). Tekst van het commentaar is onder wijziging verwerkt 16 april 2020.

Voetnoten

  1. Aantekening in de Willibrord-vertaling
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 2,4 2,5 Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.
  3. 3,0 3,1 3,2 Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901).
  4. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).