Jesaja (boek)/Hoofdstuk 56

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Jesaja (boek):


Hoofdstuk 56 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

God vermaant een ieder om rechtvaardig te zijn, omdat Zijn heil en gerechtigheid nabij gekomen zijn (1-2). Hij belooft de bekeerde heidenen en gesnedenen dat ook hun godsdienst Hem aangenaam zal zijn en zij in Zijn huis een plaats krijgen (3-7). God zal de overigen van Israël vergaderen (8). De wilde dieren worden uitgenodigd om te komen eten, omdat de wachters slapen en onverzadigbaar hun eigen genot zoeken (9-12).

Jes. 56:1

Jes 56:1  Alzo zegt de HEERE: Bewaart het recht, en doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden. (SV)

Bewaart het recht, en doet gerechtigheid. Vergelijk de oproep in 55:7.

Dit vers doet denken aan de prediking van Johannes de Doper, die verkondigde dat het koninkrijk van God nabij was gekomen en dat men zich moest bekeren.

Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden. Dit op het hoogst gebeurd in de persoon en het werk van onze Heiland Jezus Christus.

Jes. 56:3

Jes 56:3  En de vreemde, die zich tot den HEERE gevoegd heeft, spreke niet, zeggende: De HEERE heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden; en de gesnedene zegge niet: Ziet, ik ben een dorre boom. (SV)

Ook de niet-Joden, de niet-Israëlieten mogen tot God naderen, Hem als hun God aanroepen en op Zijn altaar offeren (7).

Dit is voorvervuld in de gemeente van Christus in deze bedeling:

Efe 2:13  Maar nu, in Christus Jezus, bent u die vroeger veraf was, nabij gekomen door het bloed van Christus. Efe 2:14  Want Hij is onze vrede, die die beiden een gemaakt en de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft, (Telos)

Jes. 56:4

Jes 56:4  Want alzo zegt de HEERE van de gesnedenen, die Mijn sabbatten houden, en verkiezen hetgeen, waartoe Ik lust heb, en vasthouden aan Mijn verbond; (SV)

Mijn verbond. Zie vers 6 en 55:3

Jes 55:3  Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, [en] [u] [geven] de gewisse weldadigheden van David. (SV)

Jes. 56:5

Jes 56:5  Ik zal hen ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan van de zonen en dan van de dochters; een eeuwige naam zal Ik een ieder van hen geven, die niet uitgeroeid zal worden. (CP[1])

Beter dan der zonen en der dochteren. Een naam en een plaats beter dan de zonen en dochters der mensen bij hun ouders krijgen.

Jes. 56:6

Jes 56:6  En de vreemden, die zich tot den HEERE voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie de sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden; (SV)

Na de gesneden komen nu weer de vreemden aan bod.

Al wie de sabbat houden enz. Het is niet duidelijk of dat op de vreemden slaat, of op de vrome Israëlieten (vers 2).

Mijn verbond. Zie vers 4 en 55:3.

Jes 55:3  Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, [en] [u] [geven] de gewisse weldadigheden van David. (SV)

Jes. 56:8

Jes 56:8  De Heere HEERE, Die de verdrevenen van Israël vergadert, spreekt: Ik zal tot hem nog meer vergaderen, nevens hen, die tot hem vergaderd zijn. (SV)

Een groot deel van het volk Israël woont thans (2021) nog buiten het hun beloofde land. Ook dat deel zal vergaderd worden in het land van Israël.

Jes. 56:12

Jes 56:12  Komt herwaarts, [zeggen] [zij]: ik zal wijn halen, en wij zullen sterken drank zuipen; en de dag van morgen zal zijn als deze, [ja], groter, veel treffelijker. (SV)

Groter, veel treffelijker. Vgl. vs. 11, "zij kunnen niet verzadigd worden".

Voetnoot

  1. Hertaling of vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling.